Art. 2:316 BW, Algemene bepalingen omtrent fusies
Burgerlijk Wetboek Boek 2 (BW2)
1. Ten minste een van de te fuseren rechtspersonen moet, op straffe van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in het volgende lid, voor iedere schuldeiser van deze rechtspersonen die dit verlangt zekerheid stellen of hem een andere waarborg geven voor de voldoening van zijn vordering. Dit geldt niet, indien de schuldeiser voldoende waarborgen heeft of de vermogenstoestand van de verkrijgende rechtspersoon na de fusie niet minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden voldaan, dan er voordien is.
2. Tot een maand nadat alle te fuseren rechtspersonen de nederlegging of openbaarmaking van het voorstel tot fusie hebben aangekondigd kan iedere schuldeiser door het indienen van een verzoek bij de rechtbank tegen het voorstel tot fusie in verzet komen met vermelding van de waarborg die wordt verlangd. De rechtbank wijst het verzoek af, indien de verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vermogenstoestand van de verkrijgende rechtspersoon na de fusie minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden voldaan, en dat van de rechtspersoon niet voldoende waarborgen zijn verkregen.
3. Voordat de rechter beslist, kan hij de rechtspersonen in de gelegenheid stellen binnen een door hem gestelde termijn een door hem omschreven waarborg te geven.
4. Indien tijdig verzet is gedaan, mag de akte van fusie eerst worden verleden, zodra het verzet is ingetrokken of de opheffing van het verzet uitvoerbaar is.
5. Indien de akte van fusie al is verleden, kan de rechter op een ingesteld rechtsmiddel het stellen van een door hem omschreven waarborg bevelen en daaraan een dwangsom verbinden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 29 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10376
- Rb. Den Haag 21 februari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:2195
- Hof Den Haag 9 april 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:490
- Rb. Den Haag 29 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10377
- Hof Den Haag 9 april 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:489
- Hof Amsterdam 31 oktober 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2887
- Rb. Amsterdam 11 juni 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5779
- Rb. Amsterdam 14 mei 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:2795
- Rb. Amsterdam 17 januari 2005, ECLI:NL:RBAMS:2005:AS3078
- Rb. Amsterdam 21 oktober 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AR4479
- Conclusie A-G Drijber 17 april 2026, ECLI:NL:PHR:2026:414
- Conclusie A-G Assink 16 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:557
- Conclusie A-G Assink 16 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:556
- HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1544
- Hof 's-Hertogenbosch 25 april 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AE9363