Rb. Amsterdam 21 oktober 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AR4479
Vordering van de HES (Hogere Economische School) te Amsterdam tegen twee van de leden van haar Raad van Toezicht om mee te werken aan de totstandkoming van de voorgenomen fusie met de Hogeschool van Amsterdam toegewezen in die zin dat het lidmaatschap van de twee betreffende leden tijdelijk wordt geschorst zodat de overige leden van de Raad van Toezicht het definitieve fusiebesluit kunnen nemen. De voorziening wordt onder meer gerechtvaardigd door het feit dat er sprake is van een langdurig fusietraject waardoor de twee leden van de Raad van Toezicht niet meer volledig vrij zijn een tegenstem uit te brengen. Een tegenstem zou onder de gegeven omstandigheden in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in artikel 2:8 Burgerlijk Wetboek.
De uitspraak op rechtspraak.nl