Art. 2:320 BW, Algemene bepalingen omtrent fusies
Burgerlijk Wetboek Boek 2 (BW2)
1. Hij die, anders dan als lid of aandeelhouder, een bijzonder recht jegens een verdwijnende rechtspersoon heeft, zoals een recht op een uitkering van winst of tot het nemen van aandelen, moet een gelijkwaardig recht in de verkrijgende rechtspersoon krijgen, of schadeloosstelling.
2. De schadeloosstelling wordt bij gebreke van overeenstemming bepaald door een of meer onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest gerede partij te benoemen door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de woonplaats van de verkrijgende rechtspersoon is gelegen.
3. Artikel 319 is van overeenkomstige toepassing op pandrecht of vruchtgebruik dat op de bijzondere rechten was gevestigd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 10 januari 1990, ECLI:NL:HR:1990:AC1234
- Hof Den Haag 9 april 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:490
- Rb. Den Haag 2 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:19847
- Hof Den Haag 9 april 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:489
- Rb. Assen 3 april 2001, ECLI:NL:RBASS:2001:AB0846
- Rb. Amsterdam 17 januari 2005, ECLI:NL:RBAMS:2005:AS3078
- Conclusie A-G Assink 16 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:557
- Conclusie A-G Assink 16 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:556
- HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1544