Rb. Den Haag 21 februari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:2195
Verzet tegen voorgenomen fusie. Afgewezen. Verkrijgende rechtspersoon biedt ruimschoots voldoende verhaal voor de eventuele verplichtingen jegens verzoekster. De enkele omstandigheid dat de vermogenstoestand van de verkrijgende rechtspersoon na de fusie minder waarborg zal bieden dat de gepretendeerde vordering van verzoekster zal kunnen worden voldaan, kan niet zonder meer leiden tot gegrondverklaring van het verzet. Niet is gebleken dat de wetgever in Nederland een verdergaande bescherming aan crediteuren wilde bieden dan die volgt uit Richtlijn 2009/109/EG (met name artikel 2 lid 6). ‘Minder waarborg’ is niet doorslaggevend, het gaat erom of er door de fusie een verandering plaatsvindt als gevolg waarvan alsdan reële twijfel rijst omtrent de mogelijkheden tot voldoening van de vordering na de fusie.
De uitspraak op rechtspraak.nl