Art. 2:317 BW, Algemene bepalingen omtrent fusies
Burgerlijk Wetboek Boek 2 (BW2)
1. Het besluit tot fusie wordt genomen door de algemene vergadering; in een stichting wordt het besluit genomen door degene die de statuten mag wijzigen of, als geen ander dat mag, door het bestuur. Het besluit mag niet afwijken van het voorstel tot fusie.
2. Een besluit tot fusie kan eerst worden genomen na verloop van een maand na de dag waarop alle fuserende rechtspersonen de nederlegging of openbaarmaking van het voorstel tot fusie hebben aangekondigd.
3. Een besluit tot fusie wordt genomen op dezelfde wijze als een besluit tot wijziging van de statuten. Vereist de wet voor een besluit tot statutenwijziging de instemming van alle aandeelhouders of bepaalde aandeelhouders, dan geldt dit ook voor het besluit tot fusie. Vereisen de statuten hiervoor goedkeuring, dan geldt dit ook voor het besluit tot fusie. Vereisen de statuten voor de wijziging van afzonderlijke bepalingen verschillende meerderheden, dan is voor een besluit tot fusie de grootste daarvan vereist, en sluiten de statuten wijziging van bepalingen uit, dan zijn de stemmen van alle stemgerechtigde leden of aandeelhouders vereist; een en ander tenzij die bepalingen na de fusie onverminderd zullen gelden.
4. Lid 3 geldt niet, voor zover de statuten een andere regeling voor besluiten tot fusie geven.
5. Een besluit tot fusie van een stichting behoeft de goedkeuring van de rechtbank, tenzij de statuten het mogelijk maken alle bepalingen daarvan te wijzigen. De rechtbank wijst het verzoek af, indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de fusie strijdig is met het belang van de stichting.
6. Indien het een fusie van een rechtspersoon betreft die icbe is als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht, mogen de statuten voor het besluit tot fusie niet meer dan drie vierden van de uitgebrachte stemmen vereisen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Timmerman 10 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY8290
- Rb. Den Haag 29 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10376
- Conclusie A-G Timmerman 15 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:696
- Hof Den Haag 9 april 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:490
- Rb. Den Haag 29 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10377
- Conclusie A-G Timmerman 21 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:171
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9440
- Hof Den Haag 9 april 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:489
- HR 13 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS4174
- Rb. 's-Hertogenbosch 12 augustus 2010, ECLI:NL:RBSHE:2010:BW4602
- Rb. Midden-Nederland 31 december 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:7188
- Rb. Den Haag 4 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29078
- Rb. Breda 26 februari 2002, ECLI:NL:RBBRE:2002:AD9735
- Rb. Amsterdam 26 februari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1200
- Rb. Amsterdam 22 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9514
- Rb. Amsterdam 21 oktober 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AR4479
- Conclusie A-G Wattel 11 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:832
- Conclusie A-G Timmerman 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV1758
- Conclusie A-G Timmerman 25 september 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ1248
- Hof 's-Hertogenbosch 25 april 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AE9363