Art. 41 Pachtwet, De verlenging van de pachtovereenkomst
1. De pachtkamer wijst, behoudens het in het volgende lid bepaalde, het verzoek af, indien de verpachter of de echtgenoot of geregistreerde partner, een bloed- of aanverwant in de rechte lijn of een pleegkind van de verpachter het verpachte persoonlijk voor een tot de landbouw betrekkelijk doel in gebruik wil nemen.
2. Nochtans beslist de pachtkamer naar billijkheid, indien:
a. de verpachter een rechtspersoon is;
b. door het verlies van het gepachte de grondslag van het maatschappelijk bestaan van de pachter ernstig zou worden aangetast en het persoonlijk gebruik voor de verpachter, voor zijn echtgenoot of geregistreerde partner, voor zijn bloed- of aanverwant of voor zijn pleegkind niet van overwegende betekenis is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Van Kalmthout 25 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7833
- Hof 's-Hertogenbosch 23 december 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ0432
- Rb. Zeeland-West-Brabant 25 augustus 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:9657
- Conclusie A-G Huydecoper 31 oktober 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BF0473
- HR 25 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7833
- Hof Arnhem 25 februari 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BE8943
- Hof Arnhem 13 mei 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BD3934
- Hof Arnhem 19 februari 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC9824
- Hof Arnhem 8 januari 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC2653
- Hof Arnhem 23 oktober 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BB6922
- Hof Arnhem 17 februari 2004, ECLI:NL:GHARN:2004:AO7334
- Hof Arnhem 10 februari 2004, ECLI:NL:GHARN:2004:AO5931