Hof Arnhem 19 februari 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC9824

Pachtwet (oud) art. 31, 44, 48; BW 5:99, 5:105, 6:212, 7:350, 7:373; Rv 1019l; Overgangswet Nieuw BW 68a, 69, 73a. Melioratierecht, schadeloosstelling, schadevergoeding, bestemmingswijziging. Eventuele vordering op grond van het melioratierecht was ten tijde van de inwerkingtreding van het nieuwe recht reeds vervallen. In het verlengde van de uitleg met betrekking tot het overgangsrecht zoals die door de Minister van Justitie, alsmede door de regeringscommissaris Nieuw Burgerlijk Wetboek, tijdens de behandeling van het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de artikelen 7:311 e.v. Burgerlijk Wetboek in de Eerste Kamer der Staten-Generaal is gegeven en in het verlengde van de opvatting die het hof heeft aanvaard in zijn beschikking van 23 oktober 2007, AgrR 2007, 5411, inzake Selles/Gemeente Kampen, moet worden aangenomen dat de inwerkingtreding van het nieuwe recht niet verhindert dat een pachter op basis van artikel 44 Pachtwet een vordering instelt als uitvloeisel van een – eveneens door het oude recht beheerste – verzoekschriftprocedure die heeft geleid tot afwijzing van een verlengingsverzoek op de grond van omstandigheden als in artikel 40 of 41 Pachtwet bedoeld. Mutatis mutandis geldt voor artikel 48 Pachtwet hetzelfde. Daarnaast is artikel 69 aanhef en onder a Overgangswet Nieuw BW van toepassing in geval van verwijzing (wat betreft de op grond van artikel 48 Pachtwet verschuldigde schadeloosstelling) in een onder oud recht gevoerde verlengingsprocedure naar een afzonderlijke procedure. De regel van artikel 1019l Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niet van toepassing op een ten tijde van de inwerkingtreding van het nieuwe recht reeds lopende instantie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen