Rb. Zeeland-West-Brabant 25 augustus 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:9657
Pacht. Vordering tot ontbinding en ontruiming en subsidiair tot beëindiging en ontruiming. Grondslag ontbindingsvordering toerekenbaar tekortkomen door pachter door inbreng opbrengend vermogen van de grond in samenwerkingsverband. In strijd met art. 6 pachtovereenkomst en art. 7:347 BW. Vordering tot ontbinding afgewezen. Bij inbreng zeggenschap gepachte voorbehouden. Verdeling resultaat bedrijfsuitoefening leidt niet tot het oordeel dat er niet door de pachter persoonlijk wordt geëxploiteerd. Teeltrisico bij de pachter. Grondslag vordering tot beëindiging is dringend eigen gebruik. Verpachte gronden nodig met het oog op overname van het bedrijf voor de drie zonen van de verpachter. Verwezen naar rol voor nadere onderbouwing.
De uitspraak op rechtspraak.nl