Hof Arnhem 25 februari 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BE8943
Overgangsrecht; eigen gebruik art. 36 e.v. Pachtwet; art. 7:368 e.v. BW; art. 74 Overgangswet Nieuw BW De pachtkamer in eerste aanleg heeft geoordeeld dat de plannen van de verpachter een serieuze indruk maken, gesteund door het overgelegde bedrijfsplan, en dat nu de verpachter de verpachte stallen persoonlijk voor een tot de landbouw betrekkelijk doel in gebruik wil nemen, terwijl dat voornemen ernstig gemeend is, het verlengingsverzoek van de pachter dient te worden afgewezen. Het hof is van oordeel dat de door de verpachter overgelegde rapportage een voldoende reëel beeld geeft van de te verwachten resultaten van de door de verpachter voorgestelde bedrijfsvoering. Dat de overgelegde rapportage op bepaalde onderdelen mogelijk enigszins te optimistisch is, betekent niet dat reeds daarom moet worden geoordeeld dat het beoogde eigen gebruik niet ernstig gemeend of uitvoerbaar zou zijn. Daar komt bij dat de door de pachter overgelegde rapportage op een aantal punten een nogal pessimistisch beeld geeft van het door de verpachter mogelijk te behalen bedrijfsresultaat, zoals een toegepaste correctie op de KWIN-cijfers. Dat het bedrijfsresultaat van de verpachter ten opzichte van de huidige pachtopbrengst van de stallen mogelijk slechts weinig meer of zelfs minder inkomsten voor haar zal opleveren doet niet af aan het oordeel van het hof dat het voorgestelde eigen gebruik ernstig gemeend en uitvoerbaar is. Ten aanzien van de ter terechtzitting in hoger beroep voor het eerst aan de orde gestelde verkoop van het aan verpachter in eigendom toebehorende (niet verpachte) perceel, gelegen aan en om het verpachte, overweegt het hof dat zowel uit de koopovereenkomst als uit de verklaring van koper voortvloeit dat koper gedurende de periode van voortgezet gebruik door de verpachter, desgewenst alle nodige medewerking zal verlenen om haar bedrijf in stand te houden en haar (agrarische productie)rechten tot de bedrijfsvoering te kunnen blijven uitoefenen. Ook verleent koper de verpachter alle medewerking indien zij dat wenst, om op het verkochte te bouwen. Dat in de toekomst mogelijk een bestemmingsplanwijziging door de gemeente aan de bouwplannen van verpachter in de weg zal staan en dat zij met het oog daarop reeds nu de eerdergenoemde koopovereenkomst heeft gesloten doet aan het voorgaande niet af. Uit de verkoop van de grond kan niet worden afgeleid dat het voornemen van verpachter tot eigen gebruik niet ernstig gemeend of uitvoerbaar zou zijn en evenmin dat de verkoop daaraan in de weg zou staan. Beslissing ten gunste van verpachter.
De uitspraak op rechtspraak.nl