Art. 30 Pachtwet, De overige rechten en verplichtingen uit de pachtovereenkomst voortvloeiende
1. De pachter is niet bevoegd de bestemming, inrichting of gedaante van het gepachte geheel of gedeeltelijk te veranderen dan na schriftelijke toestemming van de verpachter.
2. De verpachter is niet bevoegd verbeteringen op of aan het verpachte aan te brengen dan na schriftelijke toestemming van de pachter.
3. Indien de verpachter, onderscheidenlijk de pachter, zijn toestemming weigert, kan de wederpartij aan de grondkamer machtiging vragen de gewenste veranderingen en verbeteringen aan te brengen. De grondkamer verleent deze machtiging, wanneer door de verandering of de verbetering het algemeen landbouwbelang gediend wordt en geen redelijk belang van de andere partij zich daartegen verzet. De grondkamer kan aan de machtiging voorwaarden verbinden of daarbij een last opleggen en kan daarbij tevens op verzoek van de meest gerede partij de tegenprestatie herzien, indien de verandering of verbetering daartoe aanleiding geeft.
4. Geen machtiging kan door de pachter worden gevraagd indien de verandering betrekking heeft op teelt van snelgroeiend hout als bedoeld in de krachtens de Boswet gestelde regelen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem 13 oktober 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BK3755
- Hof Arnhem 24 februari 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BI0319
- Rb. Maastricht 4 februari 2009, ECLI:NL:RBMAA:2009:BH2011
- Hof Arnhem 1 december 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BK9415
- Hof Arnhem 18 augustus 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BJ5920
- Hof Arnhem 22 april 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BE0421
- Hof Arnhem 17 mei 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AT6114
- Hof Arnhem-Leeuwarden 4 augustus 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:5808
- Centrale Grondkamer 5 december 2003, ECLI:NL:CG:2003:1