Hof Arnhem 18 augustus 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BJ5920
BW 6:265; 7:348; 7:376. Pachter schakelt over van gangbare landbouw op agrarisch natuurbeheer. Agrarisch natuurbeheer is vorm van bodemcultuur, maar pachter behoefde in verband met de bij de pachtovereenkomst overeengekomen gebruiksbestemming toestemming van de verpachter, dan wel vervangende machtiging van de grondkamer. Ontbinding met onmiddellijke ingang heeft voor de pachter zeer ingrijpende gevolgen, omdat hij in ieder geval voor de komende jaren en mogelijk ook met terugwerkende kracht zijn aanspraak op subsidie verliest. Pachter zal de periode tussen het aflopen van het subsidietijdvak en het einde van de lopende pachttermijn kunnen benutten om de onkruiddruk op een niveau te brengen dat vergelijkbaar is met die welke zou hebben bestaan bij een zorgvuldige onkruidbestrijding binnen de gangbare landbouw. Bedoelde periode zal hij bovendien kunnen benutten voor het aanvullen van eventuele tekorten wat betreft mineralen en sporenelementen, uitgaande van hetgeen gebruik voor gangbare landbouw vereist. Een en ander afwegende komt het hof tot de slotsom dat de tekortkomingen ontbinding met ingang van een eerdere datum dan per einde lopende pachttermijn niet rechtvaardigen voor zover voldoende zekerheid bestaat dat pachter adequaat gebruikmaakt van deze mogelijkheden. Volgt gelegenheid tot uitlating door pachter. Proceskosten voor rekening van pachter als nodeloos door hem veroorzaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl