Hof Arnhem 17 mei 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AT6114
Voorts overweegt het hof in algemene zin dat overeengekomen verplichtingen die de verplichtingen van een bruiklener niet te boven gaan, geen tegenprestatie in de zin van artikel 1 van de Pachtwet kunnen opleveren. Evenmin kunnen in beginsel als tegenprestatie worden aangemerkt de – met medeweten van de wederpartij – door de gebruiker verrichte activiteiten die niet krachtens de Pachtwet door de verpachter dienen te worden verricht en geheel of hoofdzakelijk als dienstbaar aan de exploitatie van het land door de gebruiker dienen te worden beschouwd. In dat geval is immers geen sprake van een prestatie die naar de bedoeling van partijen staat tegenover het gebruik en dus wordt verricht ten behoeve van de in gebruik gevende partij.
De uitspraak op rechtspraak.nl