HR 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:155
Overdragen van wapen, art. 31.1 55 WWM. Bewijsklacht t.a.v. processen-verbaal van politie waarin delen van verklaringen van getuigen zijn “weggelakt”. Kunnen verklaringen voor bewijs worden gebruikt? HR gaat in op onderling samenhangend systeem voor omgang met en verantwoordelijkheid voor processtukken gedurende loop van strafproces. Dit systeem komt erop neer dat o.g.v. art. 149a.1 Sv OvJ tijdens opsporingsonderzoek verantwoordelijk is voor samenstelling van processtukken. Hij is in beginsel gehouden om alle stukken die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de door rechter ttz. te nemen beslissingen bij processtukken te voegen, zo nodig met weglating van gegevens a.b.i. art. 149a.3 Sv. Het gaat hierbij om relevantie van die stukken. In (uitzonderlijk) geval dat bij relevant stuk zich omstandigheden voordoen a.b.i. art. 187d.1 Sv, schept art. 149b.1 Sv mogelijkheid dat OvJ voeging van (gedeelten van) stuk achterwege laat. OvJ heeft daarvoor machtiging van RC nodig. Gedurende vooronderzoek kan verdediging o.g.v. art. 34.1 Sv OvJ verzoeken om specifiek omschreven stukken bij processtukken te voegen. Om verzoek te kunnen onderbouwen, geeft art. 34.2 Sv verdediging daarnaast recht om eerst kennis te nemen van specifiek omschreven stukken. Als OvJ het verzoek tot voeging van stukken dan wel kennisneming weigert, heeft hij schriftelijke machtiging van RC nodig (art. 34.4 Sv). Met begin van onderzoek ttz. gaat verantwoordelijkheid voor samenstelling en volledigheid van processtukken over van OvJ naar zittingsrechter. In die fase kan zittingsrechter ambtshalve overlegging van stukken en voeging daarvan bij processtukken bevelen. Verdediging kan o.g.v. art. 328 Sv zittingsrechter verzoeken om toepassing te geven aan die bevoegdheid. Bij nemen van zijn beslissing moet rechter in aanmerking nemen dat o.g.v. art. 149a.2 Sv in beginsel alle stukken aan dossier worden toegevoegd die voor de ttz. door hem te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn. Ook hiervoor is bepalend relevantie van stukken (vgl. HR:2021:218). Voordat rechter (ambtshalve of op verzoek) beslist over voeging van stukken bij processtukken, stelt hij OvJ en (zo nodig) verdediging in gelegenheid hun standpunten kenbaar te maken. In geval dat OvJ zich verzet tegen voeging omdat hij zich op standpunt stelt dat stukken niet relevant zijn of dat belangen a.b.i. art. 187d.1 Sv hiertoe dwingen, kan zittingsrechter beslissen dat nader onderzoek door RC noodzakelijk is. RC beoordeelt dan of sprake is van niet-relevante stukken of dat zich omstandigheid a.b.i. art. 187d.1 Sv voordoet en geeft (zoals in wetsgeschiedenis van art. 34, 149a.1, 149a.2 en 149b Sv tot uitdrukking komt) t.b.v. zittingsrechter (nadere) onderbouwing. Uiteindelijk beslist zittingsrechter over het wel of niet voegen van verzochte stukken bij processtukken (vgl. HR:2022:900). Zittingsrechter neemt hierbij (gelet op beginsel van interne openbaarheid) geen kennis van stukken die aan verdediging worden onthouden (vgl. HR:1999:ZD5266). Uit ’s hofs vaststellingen in zijn bewijsvoering en procesverloop blijkt dat p-v’s zijn opgemaakt van verhoren van getuigen, waarna onderdelen van verklaringen op verzoek van OvJ zijn “weggelakt” omdat deze onderdelen “niet relevant” zouden zijn. ’s-Hofs oordeel dat met dit weglakken van onderdelen uit p-v’s in overeenstemming met wet en jurisprudentie is gehandeld, getuigt van onjuiste rechtsopvatting. OvJ kan eventueel wel in zo’n stuk door middel van aantekening of doorhaling aanduiden welk gedeelte van stuk naar zijn oordeel niet relevant is, mits dat gedeelte leesbaar blijft. Uit stukken blijkt niet dat van die mogelijkheid gebruik is gemaakt. Hof heeft, in afwijking van verweer, verklaringen van getuigen voor bewijs gebruikt, terwijl in onderliggende p-v’s delen waren weggelakt. Hof heeft geoordeeld dat weggelakte onderdelen van verklaringen “niet relevant zijn voor dossier van verdachte” en dat niet weggelakte onderdelen “op zichzelf duidelijk en ondubbelzinnig [zijn], waardoor niet gebleken is op welke manier deze uit hun verband kunnen zijn getrokken.” Deze oordelen zijn niet z.m. begrijpelijk, nu hof inhoud van weggelakte passages niet kan hebben gekend en ook niet blijkt dat hof over relevantie van deze passages oordeel RC of Rh-C heeft ingewonnen. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl