Art. 47 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Exploten
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Indien de deurwaarder aan geen van de in artikel 46, eerste lid, bedoelde personen afschrift kan laten, laat hij een afschrift aan de woonplaats achter in een gesloten envelop. Indien ook dat feitelijk onmogelijk is, bezorgt hij terstond een afschrift ter post. De deurwaarder maakt, zowel in het ene als het andere geval tevens onder vermelding van de reden van de feitelijke onmogelijkheid, van deze handelingen melding in het exploot.
2. Op de envelop waarin het afschrift ingevolge het eerste lid wordt achtergelaten of ter post wordt bezorgd, worden vermeld de naam en de woonplaats van degene voor wie het exploot is bestemd. De envelop vermeldt tevens de naam, de hoedanigheid, het kantooradres en het telefoonnummer van de deurwaarder, alsmede een aanduiding dat de inhoud de onmiddellijke aandacht behoeft.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2101
- HR 28 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1052
- Conclusie A-G de Bock 9 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:484
- HR 12 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:1927
- HR 12 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:1928
- HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1088
- Hof 's-Hertogenbosch 28 juni 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1981
- HR 12 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:1929
- Rb. Midden-Nederland 20 april 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:2460
- Rb. Den Haag 24 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:981
- Rb. Den Haag 29 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:3305
- Conclusie A-G de Bock 4 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:442
- HR 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AH9611
- Hof Arnhem 17 juli 2012, ECLI:NL:GHARN:2012:BX1921
- Rb. Den Haag 29 mei 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3082
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 13 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:618
- Rb. Zwolle 30 juni 2004, ECLI:NL:RBZWO:2004:AR3171
- Rb. 's-Gravenhage 31 augustus 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK1182
- Rb. Rotterdam 6 december 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:10039
- Rb. Den Haag 25 juni 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:9311