Art. 44 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Het openbaar ministerie en de procureur-generaal bij de Hoge Raad
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Wanneer het openbaar ministerie niet als partij optreedt, wordt het gehoord indien het, al dan niet op verzoek van de rechter, de wens daartoe te kennen heeft gegeven.
2. In cassatieprocedures wordt de procureur-generaal bij de Hoge Raad steeds gehoord.
3. Na de conclusie van het openbaar ministerie, onderscheidenlijk de procureur-generaal bij de Hoge Raad, is geen plaats meer voor debat door partijen. Wel kunnen partijen binnen twee weken nadat de conclusie is genomen dan wel een afschrift daarvan aan partijen is verzonden, hun schriftelijk commentaar daarop, zo nodig in een brief vervat, aan de rechter, of, bij een meervoudige kamer, aan de voorzitter, of, bij de Hoge Raad, aan de President van de Hoge Raad doen toekomen, met afschrift aan de wederpartij en het openbaar ministerie, onderscheidenlijk de procureur-generaal.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1974
- HR 27 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2162
- HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153
- HR 12 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3570
- HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:675
- HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1066
- HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5664
- HR 7 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:190
- Hof Amsterdam 30 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:239
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1389
- HR 1 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5824
- HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1403
- HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1281
- HR 30 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV9441
- HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5880
- Hof Den Haag 1 oktober 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4394
- Conclusie A-G Wissink 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:54
- HR 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:887
- Conclusie A-G Langemeijer 12 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:144
- HR 24 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0237