Hof Arnhem 17 juli 2012, ECLI:NL:GHARN:2012:BX1921

In eerste aanleg is appellante veroordeeld in een procedure waarin tegen haar verstek was verleend, terwijl een medegedaagde wel was verschenen (art. 140 lid 2 Rv). De dagvaarding in eerste aanleg heeft appellante echter niet bereikt en met het vonnis raakte zij eerst bekend vijf dagen voor het verstrijken van de appeltermijn als bedoeld in art. 339 Rv. Het hof oordeelt die termijn te kort om nog weloverwogen hoger beroep in te kunnen stellen en verleent met analoge toepassing van de regel gegeven in HR 28 november 2009, LJN AN8489 een verlengde appeltermijn van veertien dagen. Nu appellante ook die verlengde termijn onbenut heeft laten verstrijken is zij echter toch niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen