Art. 46 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Exploten
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. De deurwaarder laat een afschrift van het exploot aan degene voor wie het is bestemd in persoon of aan de woonplaats aan een huisgenoot van deze of aan een andere persoon die zich daar bevindt en van wie aannemelijk is dat deze zal bevorderen dat het afschrift degene voor wie het exploot is bestemd, tijdig bereikt. Is het exploot voor meer personen bestemd, dan verstrekt hij voor ieder van hen een afschrift.
2. Voor degene voor wie het exploot is bestemd, geldt het afschrift als het oorspronkelijke exploot.
3. Indien degene voor wie het exploot is bestemd, weigert het afschrift in ontvangst te nemen, vermeldt de deurwaarder die weigering op het exploot en wordt degene voor wie het exploot is bestemd, geacht het afschrift in persoon te hebben ontvangen. Voorts laat de deurwaarder een afschrift in een gesloten envelop aan de woonplaats, dan wel verzendt hij een afschrift per post. Zijn achterlating aan de woonplaats en verzending per post redelijkerwijs niet zinvol of niet mogelijk, dan kan de deurwaarder het afschrift in een gesloten envelop achterlaten in de macht van degene voor wie het exploot is bestemd. Artikel 47, eerste lid, derde zin, en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing..
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2101
- HR 28 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1052
- Conclusie A-G de Bock 9 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:484
- HR 12 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:1927
- HR 12 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:1928
- HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1088
- HR 7 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1073
- HR 12 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:1929
- HR 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0618
- Hof Arnhem-Leeuwarden 3 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3452
- Rb. Den Haag 24 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:981
- Rb. Den Haag 29 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:3305
- Conclusie A-G Assink 29 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:398
- Conclusie A-G de Bock 4 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:442
- Rb. Den Haag 29 mei 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3082
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 13 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:618
- HR 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1878
- Rb. Zwolle 30 juni 2004, ECLI:NL:RBZWO:2004:AR3171
- Rb. Utrecht 12 november 2008, ECLI:NL:RBUTR:2008:BG4165
- Rb. Rotterdam 28 september 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:8350