Art. 36 Verordening (EU) 2024/1620, Coördinatie en facilitatie van de werkzaamheden van AML/CFT-toezichtcolleges in de niet-financiële sector

Verordening (EU) 2024/1620

1. De autoriteit verleent, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en onverminderd de bevoegdheden van de betrokken niet-financiële toezichthouders op grond van artikel 50 van Richtlijn (EU) 2024/1640, bijstand bij de oprichting en werking van AML/CFT-toezichtcolleges in de niet-financiële sector voor meldingsplichtige entiteiten in de niet-financiële sector die overeenkomstig dat artikel vestigingen in verschillende lidstaten hebben.

2. Voor de toepassing van lid 1 kan de autoriteit:

a) voorstellen een college op te richten indien een dergelijk college nog niet is opgericht hoewel de autoriteit van oordeel is dat de blootstelling van de meldingsplichtige entiteit aan ML/TF-risico’s en de omvang van haar grensoverschrijdende activiteiten de oprichting van een college rechtvaardigen, en het bijeenroepen en organiseren van collegevergaderingen voorstellen;

b) bijstand verlenen bij de organisatie van collegevergaderingen en bij de beoordeling van de vraag of aan de voorwaarden voor de deelname van toezichthouders van derde landen aan het college is voldaan, indien de betrokken niet-financiële toezichthouders daarom verzoeken;

c) bijstand verlenen bij de organisatie van gezamenlijke toezichtplannen en gezamenlijke inspecties ter plaatse of onderzoek op andere plaatsen;

d) de niet-financiële toezichthouders bijstand verlenen bij het verzamelen en delen van alle relevante informatie om het werk van het college te faciliteren en die informatie beschikbaar stellen aan de toezichthouders in het college;

e) doeltreffende en efficiënte toezichtactiviteiten en -praktijken bevorderen, inclusief het evalueren van de risico’s waaraan meldingsplichtige entiteiten in de niet-financiële sector blootgesteld zijn of zouden kunnen zijn;

f) financiële toezichthouders op hun specifieke verzoek bijstand verlenen, waaronder verzoeken om tussen niet-financiële toezichthouders te bemiddelen in de situaties die onder artikel 50, leden 2 en 3, van Richtlijn (EU) 2024/1640 vallen.

3. Voor de toepassing van lid 1 heeft het personeel van de autoriteit het recht op volwaardige deelname aan AML/CFT-toezichtcolleges. Met instemming van de betrokken niet-financiële toezichthouders kan het personeel van de autoriteit deelnemen aan de activiteiten van het college die gezamenlijk door twee of meer niet-financiële toezichthouders worden uitgevoerd, met inbegrip van inspecties ter plaatse van meldingsplichtige entiteiten in de niet-financiële sector, met uitzondering van de entiteiten die onder artikel 3, punt 3), a) en b), van Verordening (EU) 2024/1624 vallen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen