Art. 31 Verordening (EU) 2024/1620, Coördinatie en facilitatie van de werkzaamheden van de AML/CFT-toezichtcolleges in de financiële sector
1. Binnen het kader van haar bevoegdheden en onverminderd de bevoegdheden van de relevante financiële toezichthouders zorgt de autoriteit voor de oprichting en de consistente werking van AML/CFT-toezichtcolleges in de financiële sector voor niet-geselecteerde meldingsplichtige entiteiten met vestigingen in verschillende lidstaten, overeenkomstig artikel 49 van Richtlijn (EU) 2024/1640 Daartoe mag de autoriteit:
a) een college oprichten indien een dergelijk college nog niet is opgericht hoewel aan de in artikel 49 van Richtlijn (EU) 2024/1640 vastgestelde oprichtingsvoorwaarden is voldaan, en vergaderingen van de colleges samenroepen en organiseren;
b) assistentie verlenen bij de organisatie van vergaderingen van colleges, indien de betrokken financiële toezichthouders daarom verzoeken;
c) assistentie verlenen bij de organisatie van gezamenlijke toezichtplannen en gezamenlijke inspecties ter plaatse of op andere plaatsen;
d) alle relevante informatie verzamelen en delen, in samenwerking met de financiële toezichthouders, om het werk van het college te faciliteren, en die informatie beschikbaar stellen aan de autoriteiten van het college;
e) doeltreffende en efficiënte toezichtactiviteiten en -praktijken bevorderen, inclusief het evalueren van de risico’s waaraan niet-geselecteerde meldingsplichtige entiteiten blootgesteld zijn of zouden kunnen zijn;
f) toezicht houden, overeenkomstig de taken en bevoegdheden die in deze verordening zijn vermeld, op de taken die door de financiële toezichthouders worden uitgeoefend.
2. Voor de toepassing van lid 1 heeft het personeel van de autoriteit het recht op volwaardige deelname aan de AML/CFT-toezichtcolleges en de activiteiten van die colleges, waaronder inspecties ter plaatse, die gezamenlijk door twee of meer financiële toezichthouders worden uitgevoerd.