Art. 34 Verordening (EU) 2024/1620, Optreden in geval van stelselmatige tekortkomingen in het toezicht

Verordening (EU) 2024/1620

1. Indien een financiële toezichthouder maatregelen van Richtlijn (EU) 2024/1640 of de bepalingen van nationaal recht tot omzetting van die richtlijn niet heeft toegepast, of maatregelen heeft toegepast op een wijze die een inbreuk op het Unierecht lijkt te vormen, met als gevolg stelselmatige tekortkomingen in zijn toezicht die gevolgen hebben voor meerdere meldingsplichtige entiteiten en de doeltreffendheid van het AML/CFT-toezichtsysteem ondermijnen, handelt de autoriteit overeenkomstig de in de leden 2, 3 en 4 vastgestelde bevoegdheden.

2. De autoriteit kan op eigen initiatief een onderzoek instellen naar een mogelijke inbreuk op het Unierecht als bedoeld in lid 1 indien zij beschikt over aanwijzingen van een dergelijke inbreuk op basis van goed onderbouwde informatie die de autoriteit bij de uitvoering van haar taken op grond van deze verordening heeft verzameld.

Ook kan de autoriteit een vermeende inbreuk op of niet-toepassing van het Unierecht onderzoeken na een goed onderbouwd verzoek van een of meerdere financiële toezichthouders, het Europees Parlement of de Commissie.

Wanneer op grond van de eerste of tweede alinea om een onderzoek naar een mogelijke inbreuk op het Unierecht is verzocht, deelt de autoriteit de verzoekende partij naar behoren mee hoe zij te werk zal gaan en of een onderzoek naar de vermeende inbreuk gerechtvaardigd is. Indien de autoriteit besluit een onderzoek in te stellen, stelt zij eerst de betrokken financiële toezichthouder daarvan in kennis.

3. De op grond van lid 2 aan een onderzoek onderworpen financiële toezichthouder verstrekt de autoriteit onverwijld alle informatie waar de autoriteit voor haar onderzoek om verzoekt, onder meer wat betreft de wijze van toepassing van de in lid 1 bedoelde handelingen in overeenstemming met het Unierecht.

4. Indien dat passend en noodzakelijk wordt geacht, kan de autoriteit, nadat zij de aan het onderzoek onderworpen financiële toezichthouder op de hoogte heeft gebracht, alle andere financiële toezichthouders in de gelegenheid stellen haar de informatie door te geven die zij relevant achten, of kan zij rechtstreeks een naar behoren gemotiveerd en met redenen omkleed verzoek om informatie tot een andere financiële toezichthouder richten. De adressaten van dat verzoek verschaffen de autoriteit zonder onnodige vertraging duidelijke, correcte en volledige informatie.

5. De autoriteit kan uiterlijk binnen zes maanden na de aanvang van haar onderzoek een aanbeveling richten tot de aan het onderzoek onderworpen financiële toezichthouder waarin zij uiteenzet welke maatregelen nodig zijn om aan het Unierecht te voldoen.

Alvorens een dergelijke aanbeveling uit te brengen treedt de autoriteit, wanneer zij dat passend acht om een oplossing te vinden voor de stelselmatige tekortkomingen in het toezicht met de inbreuk op het Unierecht als gevolg, in overleg met de financiële toezichthouder om te proberen tot overeenstemming te komen over de maatregelen die nodig zijn om het Unierecht na te komen.

De financiële toezichthouder brengt de autoriteit binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanbeveling op de hoogte van de stappen die zij heeft gezet of van plan is te zetten om te waarborgen dat het Unierecht wordt nageleefd.

6. Ingeval de financiële toezichthouder binnen één maand na de datum van ontvangst van de aanbeveling van de autoriteit het Unierecht niet nakomt, kan de Commissie, na daarvan door de autoriteit op de hoogte te zijn gebracht of op eigen initiatief, bij formeel advies de toezichthoudende autoriteit gelasten de maatregelen te nemen die nodig zijn om het Unierecht na te komen. De Commissie houdt in haar formele advies rekening met de aanbeveling van de autoriteit.

De Commissie brengt een dergelijk formeel advies uiterlijk drie maanden na de datum waarop de aanbeveling is gedaan uit. De Commissie kan die termijn met één maand verlengen.

De autoriteit en de financiële toezichthouder verstrekken de Commissie alle informatie die zij nodig heeft.

7. Binnen tien werkdagen na ontvangst van het in lid 6 bedoelde formele advies stelt de financiële toezichthouder de Commissie en de autoriteit in kennis van de stappen die zij heeft gezet of van plan is te zetten om aan dat formele advies te voldoen. Wanneer de financiële toezichthouder maatregelen neemt met betrekking tot aangelegenheden die het voorwerp zijn van een formeel advies, houdt hij zich aan dat formele advies.

Vorige artikelen

Volgende artikelen