Art. 11 Verordening (EU) 2024/1356, Informatieverstrekking

Verordening (EU) 2024/1356

1. De lidstaten zorgen ervoor dat onderdanen van derde landen die aan de screening worden onderworpen, worden geïnformeerd over:

a) het doel, de duur en de elementen van de screening, alsmede de wijze waarop het uitgevoerd wordt en de mogelijke uitkomsten ervan;

b) het recht om internationale bescherming te verzoeken en de toepasselijke regels inzake het indienen van een verzoek om internationale bescherming, indien van toepassing in de in artikel 30 van Verordening (EU) 2024/1348 nader bepaalde omstandigheden, en, voor onderdanen van derde landen die een verzoek om internationale bescherming hebben ingediend, de verplichtingen en de gevolgen van niet-nakoming, die zijn vastgelegd in de artikelen 17 en 18 van Verordening (EU) 2024/1351;

c) de rechten en plichten van onderdanen van derde landen tijdens de screening, met inbegrip van hun verplichtingen uit hoofde van artikel 9 en de mogelijkheid om contact op te nemen met en dat er contact met hen wordt opgenomen door de in artikel 8, lid 6, bedoelde organisaties en personen;

d) de rechten van de betrokkene krachtens het toepasselijke recht van de Unie inzake gegevensbescherming, meer bepaald Verordening (EU) 2016/679.

2. De lidstaten zorgen er tevens voor dat onderdanen van derde landen die aan de screening worden onderworpen, in voorkomend geval worden geïnformeerd over:

a) de toepasselijke regels inzake de toegangsvoorwaarden voor onderdanen van derde landen overeenkomstig Verordening (EU) 2016/399, alsmede inzake andere voorwaarden voor toegang tot, verblijf en vestiging in de betrokken lidstaat, voor zover die informatie niet eerder is verstrekt;

b) de terugkeerverplichting overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG en de mogelijkheden om zich in te schrijven voor een programma voor logistieke, financiële en andere materiële bijstand of bijstand in natura voor ondersteuning bij vrijwillig vertrek;

c) informatie over de voorwaarden voor herplaatsing overeenkomstig artikel 67 van Verordening (EU) 2024/1351 of een ander bestaand solidariteitsmechanisme;

3. De informatie wordt tijdens de screening verstrekt in een taal die de onderdaan van een derde land begrijpt of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij of zij deze begrijpt. De informatie wordt schriftelijk, op papier of in elektronische vorm, verstrekt, en zo nodig mondeling met gebruikmaking van tolkendiensten. In het geval van minderjarigen wordt de informatie op een kindvriendelijke en leeftijdsgeschikte wijze verstrekt en daarbij wordt de in artikel 13, leden 2 en 3, bedoelde vertegenwoordiger of persoon betrokken. De screeningsautoriteiten kunnen de nodige regelingen treffen voor de beschikbaarheid van culturele-bemiddelingsdiensten om de toegang tot de procedure voor internationale bescherming te vergemakkelijken.

4. De lidstaten kunnen relevante en bevoegde nationale, internationale en niet-gouvernementele organisaties en instanties volgens het nationale recht toestaan om onderdanen van derde landen tijdens de screening in dit bedoelde artikel informatie te verstrekken.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen