Art. 8 Verordening (EU) 2024/1356, Voorschriften betreffende de screening

Verordening (EU) 2024/1356

1. In de in artikel 5 bedoelde gevallen wordt de screening uitgevoerd op ongeacht welke door elke lidstaat aangewezen toereikende en geschikte locatie, die zich in het algemeen aan of nabij de buitengrenzen bevindt of, als alternatief, op een andere locatie op zijn grondgebied.

2. In de in artikel 7 bedoelde gevallen wordt de screening uitgevoerd op ongeacht welke door elke lidstaat aangewezen toereikende en geschikte locatie op het grondgebied van een lidstaat.

3. In de in artikel 5 van deze verordening bedoelde gevallen wordt de screening onverwijld uitgevoerd en in elk geval voltooid binnen zeven dagen nadat de persoon in het buitengrensgebied is aangehouden, op het grondgebied van de betrokken lidstaat is ontscheept of zich bij de grensdoorlaatpost heeft gemeld. Op de in artikel 5, lid 1, punt a), van deze verordening bedoelde personen op wie artikel 23, leden 1 en 4, van Verordening (EU) 2024/1358 van toepassing is, indien die personen langer dan 72 uur fysiek aan de buitengrens blijven, wordt de screening daarna uitgevoerd, waarbij de termijn voor de screening wordt beperkt tot vier dagen.

4. De in artikel 7 bedoelde screening wordt onverwijld uitgevoerd en wordt in elk geval binnen drie dagen na de aanhouding van de onderdaan van een derde land voltooid.

5. De screening bestaat uit de volgende elementen:

a) een voorlopige medische controle overeenkomstig artikel 12;

b) een voorlopige beoordeling van de kwetsbaarheid overeenkomstig artikel 12;

c) identificatie of verificatie van de identiteit overeenkomstig artikel 14;

d) de registratie van biometrische gegevens overeenkomstig de artikelen 15, 22 en 24 van Verordening (EU) 2024/1358, voor zover dat nog niet is gebeurd;

e) een veiligheidscontrole overeenkomstig de artikelen 15 en 16;

f) de invulling van een screeningsformulier overeenkomstig artikel 17;

g) doorverwijzing naar de passende procedure overeenkomstig artikel 18.

6. Organisaties en personen die advies en counseling verstrekken, hebben tijdens de screening daadwerkelijk toegang tot onderdanen van derde landen. De lidstaten kunnen die toegang op grond van het nationale recht beperken indien dit objectief noodzakelijk is voor de veiligheid, de openbare orde of het administratieve beheer van een grensdoorlaatpost of een accommodatie waar de screening plaatsvindt, mits dergelijke toegang daardoor niet ernstig wordt belemmerd of onmogelijk wordt gemaakt.

7. De relevante regels inzake bewaring van Richtlijn 2008/115/EG zijn tijdens de screening van toepassing op onderdanen van derde landen die niet om internationale bescherming hebben verzocht.

8. De lidstaten waarborgen dat iedereen die aan de screening wordt onderworpen, toereikende leefomstandigheden worden geboden, met bescherming van hun lichamelijke en geestelijke gezondheid en met inachtneming van hun rechten uit hoofde van het Handvest.

9. De lidstaten wijzen screeningsautoriteiten aan en zorgen ervoor dat het personeel van die autoriteiten dat de screening zal uitvoeren, over de nodige kennis beschikt en de nodige opleiding heeft genoten overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) 2016/399.

De lidstaten zorgen ervoor dat gekwalificeerd medisch personeel de in artikel 12 bedoelde voorlopige medische controle uitvoert en dat daartoe opgeleid gespecialiseerd personeel van de screeningsautoriteiten de in dat artikel bedoelde voorlopige beoordeling van de kwetsbaarheid verricht. In voorkomend geval worden ook nationale kinderbeschermingsautoriteiten en nationale autoriteiten die belast zijn met het opsporen en identificeren van slachtoffers van mensenhandel of gelijkwaardige mechanismen bij deze controles betrokken.

De lidstaten zorgen er ook voor dat alleen naar behoren gemachtigde personeelsleden van de screeningsautoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de identificatie of de verificatie van de identiteit en de veiligheidscontrole toegang hebben tot de in de artikelen 14 en 15 bedoelde gegevens, systemen en databanken.

De lidstaten zetten geschikt personeel en toereikende middelen in om de screening op doelmatige wijze uit te voeren.

De screeningsautoriteiten kunnen bij de uitvoering van de screening worden bijgestaan of ondersteund door deskundigen of verbindingsofficieren en teams die door het Europees Grens- en kustwachtagentschap en het Asielagentschap van de Europese Unie worden ingezet, binnen de grenzen van hun respectieve mandaten, mits die deskundigen of verbindingsofficieren en teams de relevante opleiding hebben genoten, zoals bedoeld in de eerste en tweede alinea.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen