Art. 16 Verordening (EU) 2024/1356, Regelingen voor identificatie en veiligheidscontroles

Verordening (EU) 2024/1356

1. Voor de in artikel 14, lid 2, en artikel 15, lid 2, bedoelde zoekopdrachten kan, indien het zoekopdrachten in verband met Unie-informatiesystemen, Europol-gegevens, Interpol-databanken betreft, overeenkomstig hoofdstuk II van Verordening (EU) 2019/817 en hoofdstuk II van Verordening (EU) 2019/818, gebruik worden gemaakt van het ESP.

2. Indien een zoekopdracht als bepaald in artikel 15, lid 2, een treffer oplevert aan de hand van gegevens in een van de Unie-informatiesystemen, krijgen de screeningsautoriteiten toegang tot met die treffer overeenkomende gegevens in de respectieve Unie-informatiesystemen om die te raadplegen, onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in de rechtshandelingen die dergelijke toegang regelen.

3. Indien een zoekopdracht in het SIS een treffer oplevert, volgen de screeningsautoriteiten de procedures van Verordening (EU) 2018/1860, (EU) 2018/1861 of (EU) 2018/1862 en raadplegen zij de signalerende lidstaat via de Sirene-bureaus bedoeld in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1861 en artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1862.

4. Indien de persoonsgegevens van een onderdaan van een derde land matchen met een persoon van wie de gegevens in Ecris-TCN zijn opgeslagen en gemarkeerd overeenkomstig artikel 5, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2019/816, mogen de gegevens alleen worden gebruikt voor de in artikel 15 van de onderhavige verordening bedoelde veiligheidscontrole en voor het raadplegen van het nationale strafregister overeenkomstig artikel 7 quater van die verordening. Het nationale strafregister wordt geraadpleegd voordat overeenkomstig artikel 7 quater van die verordening een advies wordt uitgebracht.

5. Indien een zoekopdracht als bepaald in artikel 15, lid 2, een match oplevert met Europol-gegevens, wordt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/794 een geautomatiseerde kennisgeving met de voor de zoekopdracht gebruikte gegevens naar Europol gestuurd, zodat Europol zo nodig, via de communicatiekanalen waarin die verordening voorziet, passende vervolgmaatregelen kan nemen.

6. Zoekopdrachten in Interpol-databanken, zoals bepaald in artikel 15, lid 2, van deze verordening, worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 9, lid 5, en artikel 72, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817. Indien het niet mogelijk is dergelijke zoekopdrachten zodanig uit te voeren dat daarover aan de eigenaar van de Interpol-signalering geen informatie wordt vrijgegeven, wordt er bij de screening geen zoekopdracht in de Interpol-databanken uitgevoerd.

7. Bij een treffer in de Etias-observatielijst bedoeld in artikel 34 van Verordening (EU) 2018/1240, is artikel 35 bis van die verordening van toepassing.

8. Zo nodig stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast tot nadere bepaling van de procedure voor samenwerking tussen respectievelijk de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de screening, de nationale centrale bureaus van Interpol en de nationale Europol-eenheden om te bepalen in hoeverre de binnenlandse veiligheid wordt bedreigd. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 19, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen