Art. 13 Verordening (EU) 2024/1356, Waarborgen voor minderjarigen

Verordening (EU) 2024/1356

1. Tijdens de screening moet overeenkomstig artikel 24, lid 2, van het Handvest het belang van het kind altijd een essentiële overweging zijn.

2. Tijdens de screening wordt de minderjarige vergezeld door een meerderjarig gezinslid, voor zover aanwezig.

3. De lidstaten treffen zo spoedig mogelijk maatregelen om ervoor te zorgen dat een vertegenwoordiger of, indien er geen vertegenwoordiger is benoemd, een persoon die is opgeleid om het belang van minderjarigen en hun algemeen welzijn te beschermen, de niet-begeleide minderjarige tijdens de screening op kindvriendelijke en leeftijdsgeschikte wijze begeleidt en bijstaat en zich daarbij uitdrukt in een taal die hij of zij kan verstaan. Die persoon is de persoon die uit hoofde van Richtlijn (EU) 2024/1346 is aangewezen om voorlopig als vertegenwoordiger op te treden, voor zover die persoon uit hoofde van die richtlijn is aangewezen.

De vertegenwoordiger beschikt over de nodige vaardigheden en deskundigheid, onder meer op het gebied van de behandeling en de specifieke behoeften van minderjarigen. De vertegenwoordiger handelt om het belang en het algemeen welzijn van de minderjarige te waarborgen en om ervoor te zorgen dat de niet-begeleide minderjarige de rechten kan genieten en de verplichtingen uit hoofde van deze verordening kan nakomen.

4. De persoon die belast is met het begeleiden en bijstaan van een niet-begeleide minderjarige overeenkomstig lid 3 mag geen persoon zijn die verantwoordelijk is voor enig component van de screening, treedt onafhankelijk op en ontvangt geen opdrachten van voor de screening verantwoordelijke personen of van de screeningsautoriteiten. Deze personen vervullen hun taken in overeenstemming met het beginsel van het belang van het kind en beschikken daartoe over de nodige deskundigheid en opleiding. Om het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen, wordt die persoon enkel vervangen indien dat noodzakelijk is.

5. De lidstaten stellen een vertegenwoordiger of persoon zoals bedoeld in lid 3 aan voor een evenredig en beperkt aantal niet-begeleide minderjarigen van normaliter ten hoogste dertig tegelijk, om ervoor te zorgen dat die vertegenwoordiger of persoon zijn of haar taken doeltreffend kan uitvoeren.

6. Het feit dat geen vertegenwoordiger is benoemd of een voorlopig als vertegenwoordiger optredende persoon is aangewezen uit hoofde van Richtlijn (EU) 2024/1346, belet een niet-begeleide minderjarige niet om het recht uit te oefenen om om internationale bescherming te verzoeken.

Vorige artikelen

Volgende artikelen