Art. 7 Verordening (EU) 2024/1356, Screening op het grondgebied

Verordening (EU) 2024/1356

1. De lidstaten voeren de screening van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven, uitsluitend uit indien die onderdanen van derde landen op onrechtmatige wijze een buitengrens hebben overschreden om het grondgebied van de lidstaten binnen te komen en zij niet reeds in een lidstaat aan de screening zijn onderworpen. De lidstaten leggen in hun nationale recht bepalingen vast om ervoor te zorgen dat die onderdanen van derde landen voor de duur van de screening ter beschikking blijven van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de screening, om elk risico op onderduiken en mogelijke bedreigingen voor de binnenlandse veiligheid als gevolg van dergelijk onderduiken te voorkomen.

2. De lidstaten kunnen afzien van het uitvoeren van de screening overeenkomstig lid 1, indien een illegaal op hun grondgebied verblijvende onderdaan van een derde land onmiddellijk na zijn of haar aanhouding naar een andere lidstaat wordt teruggestuurd op grond van bilaterale overeenkomsten of regelingen of uit hoofde van bilaterale samenwerkingskaders. In dat geval voert de lidstaat waarnaar de betrokken onderdaan van een derde land is teruggestuurd, de screening uit.

3. Artikel 5, lid 3, tweede en derde alinea, is van toepassing op de screening overeenkomstig lid 1 van dit artikel.

Vorige artikelen

Volgende artikelen