Art. 9 Verordening (EU) 2024/1252, Centraal contactpunt
1. Uiterlijk op 24 februari 2025 richten de lidstaten een of meer centrale contactpunten op of wijzen zij een of meer autoriteiten aan als centraal contactpunt. Indien een lidstaat meer dan één dergelijk centraal contactpunt opricht of aanwijst, zorgt hij ervoor dat er slechts één dergelijk centraal contactpunt is voor elk relevant administratief niveau en voor elk relevant stadium van de kritiekegrondstoffenwaardeketen.
2. Indien een lidstaat meer dan één centraal contactpunt opricht of aanwijst overeenkomstig lid 1 van dit artikel, zorgt hij voor een eenvoudige, toegankelijke website waarop alle contactpunten, met inbegrip van hun adres en elektronische communicatiemiddelen, duidelijk zijn vermeld en ingedeeld per relevant administratief niveau en per stadium van de kritiekegrondstoffenwaardeketen. De website kan ook inhoud bevatten die op grond van artikel 18 wordt verstrekt.
3. De op grond van lid 1 van dit artikel opgerichte of aangewezen centrale contactpunten (“centrale contactpunten”) zijn verantwoordelijk voor het faciliteren en coördineren van de vergunningsprocedure voor projecten inzake kritieke grondstoffen en voor het verstrekken van informatie over de in artikel 18 bedoelde elementen, met inbegrip van informatie over wanneer een aanvraag overeenkomstig artikel 11, lid 6, als volledig wordt beschouwd. Zij coördineren en faciliteren de indiening van alle relevante documenten en informatie.
4. De betrokken centrale contactpunten zijn het enige contactpunt voor de projectontwikkelaar en helpen de projectontwikkelaar bij het begrijpen van alle administratieve kwesties die relevant zijn voor de vergunningsprocedure.
5. Ontwikkelaars van projecten inzake kritieke grondstoffen hebben de mogelijkheid contact op te nemen met de relevante administratieve afdeling binnen het centrale contactpunt die verantwoordelijk is voor de in dit artikel bepaalde taken. Indien de relevante administratieve afdeling verandert, blijft zij haar in dit lid vermelde verantwoordelijkheden vervullen totdat de projectontwikkelaar van een dergelijke wijziging in kennis is gesteld.
6. Projectontwikkelaars mogen alle documenten die relevant zijn voor de vergunningsprocedure in elektronische vorm indienen.
7. De lidstaten zorgen ervoor dat rekening wordt gehouden met alle gefundeerde studies die voor een bepaald project inzake kritieke grondstoffen zijn uitgevoerd, en alle vergunningen of toestemmingen die voor dat project zijn verleend, en dat er geen duplicaten van studies, vergunningen of toestemmingen vereist zijn, tenzij dat uit hoofde van het Unierecht of nationaal recht vereist is.
8. De lidstaten zorgen ervoor dat de aanvragers gemakkelijk toegang hebben tot informatie over en procedures voor geschillenbeslechting met betrekking tot de vergunningsprocedure voor projecten inzake kritieke grondstoffen, in voorkomend geval met inbegrip van alternatieve geschillenbeslechtingsmechanismen.
9. De lidstaten zorgen ervoor dat de centrale contactpunten beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel en voldoende financiële, technische en technologische middelen om hun taken uit hoofde van deze verordening doeltreffend te kunnen uitvoeren.