Art. 5 Verordening (EU) 2024/1252, Benchmarks
1. De Commissie en de lidstaten versterken de verschillende stadia van de strategischegrondstoffenwaardeketen door middel van de maatregelen waarin dit hoofdstuk voorziet, om:
a) ervoor te zorgen dat de capaciteiten van de Unie voor elke strategische grondstof uiterlijk in 2030 aanzienlijk zijn toegenomen, zodat de gehele capaciteit van de Unie de volgende benchmarks benadert of haalt:
i) met de winningscapaciteit van de Unie kunnen de ertsen, mineralen of concentraten worden gewonnen die nodig zijn om in ten minste 10 % van het jaarlijkse verbruik van strategische grondstoffen van de Unie te voorzien, voor zover mogelijk in het licht van de voorraden van de Unie;
ii) met de verwerkingscapaciteit van de Unie, met inbegrip van de capaciteit voor alle tussenstappen van de verwerking, kan ten minste 40 % van het jaarlijkse verbruik van strategische grondstoffen van de Unie worden geproduceerd;
iii) met de recyclingcapaciteit van de Unie, met inbegrip van de capaciteit voor alle tussenstappen van de recycling, kan ten minste 25 % van het jaarlijkse verbruik van strategische grondstoffen in de Unie worden geproduceerd en kunnen van elke strategische grondstof steeds aanzienlijkere hoeveelheden worden gerecycled uit afval;
b) de invoer van strategische grondstoffen van de Unie te diversifiëren, teneinde ervoor te zorgen dat het jaarlijkse verbruik van elke strategische grondstof van de Unie in alle relevante stadia van de verwerking uiterlijk in 2030 wordt ondersteund door invoer vanuit verscheidene derde landen of vanuit landen of gebieden overzee (LGO’s) en dat geen derde land in meer dan 65 % van het jaarlijkse Unieverbruik van een dergelijke strategische grondstof voorziet.
2. De Commissie en de lidstaten leveren inspanningen om de technologische vooruitgang en hulpbronnenefficiëntie te stimuleren teneinde de verwachte toename van het verbruik van kritieke grondstoffen in de Unie terug te dringen tot onder de in artikel 44, lid 1, bedoelde referentieprognose, en wel door middel van de in onderhavige afdeling en afdeling 1 van hoofdstuk 5 vastgestelde relevante maatregelen.
3. Uiterlijk op 1 januari 2027 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast om deze verordening aan te vullen door benchmarks te bepalen voor recyclingcapaciteit van de Unie, uitgedrukt als percentage van de beschikbare strategische grondstoffen in de relevante afvalstromen.
In de op grond van de eerste alinea vastgestelde gedelegeerde handelingen worden de afvalstromen en de strategische grondstoffen binnen die stromen gespecificeerd waarvoor voldoende informatie over de relevante afvalvolumes en het daarin aangetroffen gehalte aan strategische grondstoffen beschikbaar is op basis van de rapportagevereisten van Verordening (EU) 2023/1542, Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad (36), Richtlijn 2008/98/EG en Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad (37), om de recyclingcapaciteit van de Unie te kunnen ramen als percentage van de strategische grondstoffen in de relevante afvalstromen.
In de op grond van de eerste alinea vastgestelde gedelegeerde handeling wordt ook een benchmark voor de recyclingcapaciteit van de Unie vastgesteld op basis van de recyclingcapaciteit voor elke strategische grondstof in de op grond van de tweede alinea vastgestelde relevante afvalstromen.
De Commissie stelt de in de derde alinea bedoelde benchmark voor de recyclingcapaciteit vast op basis van de volgende elementen:
a) de huidige recyclingcapaciteit van de Unie, uitgedrukt als percentage van de beschikbare strategische grondstoffen in de relevante afvalstromen;
b) de mate waarin strategische grondstoffen uit die afvalstromen kunnen worden teruggewonnen, rekening houdend met de technologische en economische haalbaarheid;
c) in andere rechtshandelingen van de Unie vastgestelde doelstellingen die relevant zijn voor de terugwinning van strategische grondstoffen uit afvalstoffen.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening te wijzigen door de op grond van de eerste alinea van dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen te actualiseren, indien er als gevolg van de in artikel 48, lid 2, bedoelde beoordeling informatie beschikbaar komt over de relevante afvalvolumes en het gehalte aan strategische grondstoffen van verdere afvalstromen.