Art. 6 Verordening (EU) 2024/1252, Criteria voor de erkenning van strategische projecten
1. Op aanvraag van de projectontwikkelaar en overeenkomstig de procedure van artikel 7, erkent de Commissie projecten inzake grondstoffen als strategische projecten indien die aan de volgende criteria voldoen:
a) het project zal een betekenisvolle bijdrage leveren aan de Unievoorzieningszekerheid van strategische grondstoffen;
b) het project is technisch haalbaar of zal binnen een redelijke termijn technisch haalbaar worden, en het verwachte productievolume van het project kan met voldoende zekerheid worden geraamd;
c) het project zal op duurzame wijze worden uitgevoerd, met name wat betreft de monitoring, preventie en minimalisering van de milieueffecten ervan, de preventie en minimalisering van de negatieve maatschappelijke gevolgen door het gebruik van maatschappelijk verantwoorde praktijken — waaronder eerbiediging van de mensenrechten, de rechten van inheemse volkeren en arbeidsrechten, met name in het geval van onvrijwillige hervestiging, een potentieel voor hoogwaardige werkgelegenheidschepping, en zinvolle betrokkenheid van plaatselijke gemeenschappen en sociale partners — en een transparante bedrijfsvoering met toereikend nalevingsbeleid om het risico op negatieve gevolgen voor de goede werking van de overheid, zoals corruptie en omkoping, te voorkomen en te minimaliseren;
d) voor projecten in de Unie: de totstandbrenging, uitvoering of productie van het project zal ook buiten de desbetreffende lidstaat voordelen opleveren, onder meer voor downstreamsectoren;
e) voor projecten in derde landen die opkomende markten of ontwikkelingslanden zijn: het project zal wederzijdse voordelen opleveren voor de Unie en, doordat het in dat land toegevoegde waarde biedt, het desbetreffende derde land.
2. De Commissie beoordeelt of aan de in lid 1 van dit artikel vastgestelde erkenningscriteria is voldaan overeenkomstig de elementen en het bewijsmateriaal als vermeld in bijlage III.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 38 gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage III vast te stellen om de elementen die en het bewijsmateriaal dat in aanmerking moeten worden genomen om te beoordelen of aan de in lid 1 van dit artikel vastgestelde erkenningscriteria is voldaan, aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang, of om rekening te houden met wijzigingen van de in punt 5 van bijlage III vermelde internationale instrumenten of met de vaststelling van nieuwe internationale instrumenten die relevant zijn om aan het in lid 1, punt c), van dit artikel bedoelde criterium te voldoen.
3. De erkenning van een project als strategisch project op grond van dit artikel mag geen afbreuk doen aan de vereisten die op grond van Unierecht, nationaal recht of internationaal recht op het desbetreffende project of de desbetreffende projectontwikkelaar van toepassing zijn.