Art. 12 Verordening (EU) 2024/1252, Milieubeoordelingen en milieuvergunningen

Verordening (EU) 2024/1252

1. Indien overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 9 van Richtlijn 2011/92/EU een milieueffectbeoordeling vereist is voor een strategisch project, verzoekt de desbetreffende projectontwikkelaar uiterlijk dertig dagen na de kennisgeving van de erkenning als strategisch project en vóór de indiening van de aanvraag het betrokken centrale contactpunt om een advies betreffende de reikwijdte en het detailleringsniveau van de informatie die overeenkomstig artikel 5, lid 1, van die richtlijn in het milieueffectbeoordelingsrapport moet worden opgenomen.

Het betrokken centrale contactpunt zorgt ervoor dat het in de eerste alinea bedoelde advies zo spoedig mogelijk en binnen een termijn van ten hoogste 45 dagen na de datum waarop de projectontwikkelaar zijn verzoek om een advies heeft ingediend, wordt uitgebracht.

2. Indien de verplichting om een milieueffectbeoordelingen uit te voeren voor een strategisch project tegelijkertijd voortvloeit uit Richtlijn 92/43/EEG, 2000/60/EG, 2008/98/EG, 2009/147/EG, 2010/75/EU, 2011/92/EU of 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad (39), zorgen de lidstaten ervoor dat een gecoördineerde of gezamenlijke procedure wordt toegepast om aan alle vereisten van die wetgevingshandelingen van de Unie te voldoen.

Bij de in de eerste alinea bedoelde gecoördineerde procedure coördineert de bevoegde autoriteit de verschillende afzonderlijke milieueffectbeoordelingen van een bepaald project die op grond van de relevante wetgevingshandelingen van de Unie vereist zijn.

Bij de in de eerste alinea bedoelde gezamenlijke procedure voorziet de bevoegde autoriteit in één milieueffectbeoordeling van een bepaald project die op grond van de relevante wetgevingshandelingen van de Unie vereist is.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten de in artikel 1, lid 2, punt g), iv), van Richtlijn 2011/92/EU bedoelde gemotiveerde conclusie over de milieueffectbeoordeling van een strategisch project verstrekken binnen negentig dagen na ontvangst van alle overeenkomstig de artikelen 5, 6 en 7 van die richtlijn verzamelde informatie en na afronding van de in de artikelen 6 en 7 van die richtlijn bedoelde raadplegingen.

4. In uitzonderlijke gevallen waarin dat gezien de aard, complexiteit, locatie of omvang van het voorgestelde project nodig is, kunnen de lidstaten de in lid 3 vermelde termijn vóór afloop van die termijn en per geval met maximaal twintig dagen verlengen. In dat geval stelt het betrokken centrale contactpunt de projectontwikkelaar schriftelijk in kennis van de redenen die ten grondslag liggen aan de verlenging en van de termijn voor zijn gemotiveerde conclusie.

5. In het geval van strategische projecten bedraagt de termijn om het betrokken publiek als bedoeld in artikel 1, lid 2, punt e), van Richtlijn 2011/92/EU en de in artikel 6, lid 1, van die richtlijn bedoelde autoriteiten te raadplegen over het in artikel 5, lid 1, van die richtlijn bedoelde milieueffectbeoordelingsrapport maximaal 85 dagen en, overeenkomstig artikel 6, lid 7, van die richtlijn, minstens dertig dagen. In uitzonderlijke gevallen, wanneer de aard, de complexiteit, de locatie of de omvang van het voorgestelde project dat vereisten, kan de betrokken lidstaat de termijn met maximaal veertig dagen verlengen. Het betrokken centrale contactpunt stelt de projectontwikkelaar in kennis van de redenen die ten grondslag liggen aan een dergelijke verlenging.

6. Lid 1 is niet van toepassing op vergunningsprocedures voor strategische projecten waarvoor de vergunningsprocedure is begonnen voordat het project als strategisch project is erkend.

De leden 2 tot en met 5 zijn alleen van toepassing op vergunningsprocedures voor strategische projecten waarvoor de vergunningsprocedure is begonnen voordat het project als strategisch project is erkend voor zover de in die leden beschreven stappen nog niet zijn voltooid.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen