Art. 7 Verordening (EU) 2024/1252, Aanvraag en erkenning
1. De projectontwikkelaar dient bij de Commissie een aanvraag in voor de erkenning van een project inzake kritieke grondstoffen als strategisch project. Die aanvraag omvat:
a) relevant bewijsmateriaal in verband met de naleving van de criteria van artikel 6, lid 1;
b) een classificatie van het project volgens de kaderclassificatie voor hulpbronnen van de Verenigde Naties, onderbouwd met passend bewijsmateriaal;
c) een tijdschema voor de uitvoering van het project, met inbegrip van een overzicht van de vergunningen die voor het project vereist zijn en de status van de bijbehorende vergunningsprocedure;
d) een plan met maatregelen om draagvlak onder de bevolking te creëren, in voorkomend geval met inbegrip van maatregelen om de zinvolle betrokkenheid en actieve deelname van de gemeenschappen in kwestie te bevorderen, het opzetten van regelmatige communicatiekanalen met plaatselijke gemeenschappen, organisaties, waaronder sociale partners, en relevante autoriteiten, de uitvoering van bewustmakings- en informatiecampagnes en potentiële mitigatie- en compensatiemechanismen;
e) informatie over de zeggenschap, in de zin van artikel 3, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (38), over de bij het project betrokken ondernemingen en, indien hierbij meerdere ondernemingen betrokken zijn, informatie over de relatieve betrokkenheid van elke onderneming bij het project;
f) een ondernemingsplan waarin wordt beoordeeld of het project financieel levensvatbaar is;
g) een raming van het potentieel van het project voor de schepping van hoogwaardige werkgelegenheid en van de behoeften van het project wat betreft geschoolde arbeidskrachten en een werkplan om om- en bijscholing te ondersteunen en de inclusieve vertegenwoordiging van de beroepsbevolking te bevorderen;
h) voor winningsprojecten in derde landen of in LGO’s: een plan ter verbetering van de milieusituatie van de locaties in kwestie na beëindiging van de exploitatie met het oog op het herstel van de vroegere milieusituatie, rekening houdend met de technische en economische haalbaarheid;
i) voor projecten die uitsluitend betrekking hebben op verwerking of recycling in gebieden die beschermd zijn op grond van Richtlijn 92/43/EEG of Richtlijn 2009/147/EG: een beschrijving van de technisch geschikte alternatieve locaties, beoordeeld door de projectontwikkelaar, en de redenen waarom die alternatieve locaties niet geschikt worden geacht als locatie voor het project;
j) voor projecten die gevolgen kunnen hebben voor inheemse volkeren: een plan met maatregelen voor een betekenisvolle raadpleging van de inheemse volkeren in kwestie over de preventie en minimalisering van de negatieve gevolgen voor de rechten van inheemse volkeren en, in voorkomend geval, een billijke compensatie voor die volkeren alsmede maatregelen om gevolg te geven aan de resultaten van de raadpleging.
Indien het nationale recht van het land waarvan het grondgebied door een project wordt betroffen bepalingen voor raadpleging zoals bedoeld in punt j) van de eerste alinea bevat, en op voorwaarde dat dergelijke raadpleging betrekking heeft op alle in dat punt vermelde doelstellingen, kan het plan dienovereenkomstig worden aangepast.
2. Uiterlijk op 24 november 2024 stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast met een enkel model dat projectontwikkelaars moeten gebruiken voor de in lid 1 van dit artikel bedoelde aanvragen. In dat model kan worden aangegeven hoe de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie moet worden uitgedrukt. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 39, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.
De omvang van de documentatie die nodig is om het in de eerste alinea genoemde model in te vullen moet redelijk zijn.
3. De Commissie beoordeelt de in lid 1 bedoelde aanvragen door middel van een open oproep met regelmatige afsluitingsdata.
De eerste dergelijke afsluitingsdatum valt niet later dan 24 augustus 2024. De Commissie stelt ten minste vier keer per jaar een afsluitingsdata vast.
4. De Commissie deelt de aanvragers binnen dertig dagen na de toepasselijke afsluitdatum mee of zij de informatie in de aanvraag als volledig beschouwt. Indien de aanvraag onvolledig is, kan de Commissie de aanvrager verzoeken onverwijld de aanvullende informatie in te dienen die nodig is om de aanvraag af te ronden met aanduiding welke aanvullende informatie vereist is.
5. De Commissie stelt de raad kritieke grondstoffen in kennis van alle aanvragen die overeenkomstig lid 4 als volledig worden beschouwd.
6. De raad kritieke grondstoffen komt met regelmatige tussenpozen bijeen overeenkomstig artikel 36, lid 5, om op basis van een eerlijk en transparant proces te bespreken of de voorgestelde projecten aan de criteria van artikel 6, lid 1, voldoen en brengt daar een advies over uit.
De Commissie verstrekt de raad kritieke grondstoffen voorafgaand aan de in de eerste alinea van dit lid bedoelde bijeenkomsten haar beoordeling van de vraag of de voorgestelde projecten voldoen aan de criteria van artikel 6, lid 1.
7. De Commissie stuurt de volledige aanvraag door naar de lidstaat, het derde land of het land of gebied overzee op het grondgebied waarvan het voorgestelde project wordt uitgevoerd.
8. Op basis van een bezwaar van de lidstaat waarvan het grondgebied valt onder het voorgestelde project, komt het project niet in aanmerking voor erkenning als strategisch project. De lidstaat in kwestie onderbouwt zijn bezwaar tijdens de in lid 6 bedoelde besprekingen.
Voor strategische projecten in derde landen of in LGO’s deelt de Commissie de ontvangen aanvraag met het derde land of LGO waarvan het grondgebied valt onder het voorgestelde project. De Commissie keurt de aanvraag niet goed voordat zij daarvoor de uitdrukkelijke toestemming van een desbetreffend derde land heeft ontvangen.
9. Rekening houdend met het in lid 6 bedoelde advies van de raad kritieke grondstoffen, stelt de Commissie binnen negentig dagen na erkenning van de volledigheid van de aanvraag overeenkomstig lid 4 haar besluit tot erkenning van het project als strategisch project vast en stelt zij de aanvrager daarvan op de hoogte.
Het besluit van de Commissie wordt met redenen onderbouwd. De Commissie bezorgt haar besluit aan de raad kritieke grondstoffen en aan de lidstaat of het derde land wanneer het een strategisch project op hun grondgebied betreft.
10. In uitzonderlijke gevallen waarin dat gezien de aard, complexiteit of omvang van een aanvraag nodig is of indien het aantal aanvragen dat is ontvangen vóór een bepaalde afsluitingsdatum te hoog is om die aanvragen binnen de in lid 9 bedoelde termijn te verwerken, kan de Commissie — per geval en niet later dan twintig dagen voordat de in lid 9 bedoelde termijn verloopt — die termijn verlengen met maximaal negentig dagen. In dat geval informeert de Commissie de projectontwikkelaar schriftelijk over de redenen voor de verlenging en over de termijn voor het nemen van het besluit.
11. Indien de Commissie vaststelt dat een strategisch project niet meer aan de criteria van artikel 6, lid 1, voldoet, of indien de erkenning ervan was gebaseerd op een aanvraag die dusdanig onjuiste informatie bevat dat het project hierdoor niet meer aan de criteria van artikel 6, lid 1, voldoet, kan zij, rekening houdend met het advies van de raad kritieke grondstoffen, de erkenning van een project als strategisch project intrekken.
Voordat een dergelijk besluit wordt genomen om de erkenning in te trekken, verstrekt de Commissie de projectontwikkelaar de redenen voor haar besluit, krijgt de projectontwikkelaar de gelegenheid om te reageren en houdt de Commissie rekening met het antwoord van de projectontwikkelaar.
12. Projecten die niet meer als strategisch project zijn erkend, verliezen alle rechten uit hoofde van deze verordening die met die erkenning verband houden.
13. Strategische projecten die uitsluitend vanwege een bijwerking van bijlage I niet langer voldoen aan de criteria van artikel 6, lid 1, mogen hun status van strategisch project gedurende drie jaar vanaf de datum van die bijwerking behouden.