Art. 11 Verordening (EU) 2024/1252, Duur van de vergunningsprocedure
1. Voor strategische projecten in de Unie duurt de vergunningsprocedure niet langer dan:
a) 27 maanden voor strategische projecten die betrekking hebben op winning;
b) 15 maanden voor strategische projecten die alleen betrekking hebben op verwerking of recycling.
2. In afwijking van lid 1 duurt, voor strategische projecten in de Unie die onder de vergunningsprocedure vielen voordat zij werden erkend als strategisch project en voor uitbreidingen van strategische projecten waarvoor al een vergunning is verleend, de vergunningsprocedure nadat het project als strategisch project is erkend, niet langer dan:
a) 24 maanden voor strategische projecten die betrekking hebben op winning;
b) twaalf maanden voor strategische projecten die alleen betrekking hebben op verwerking of recycling.
3. Wanneer op grond van Richtlijn 2011/92/EU een milieueffectbeoordeling vereist is, wordt de in artikel 1, lid 2, punt g), i), van die richtlijn bedoelde stap van de beoordeling niet opgenomen in de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde duur van de vergunningsprocedure.
4. In uitzonderlijke gevallen waarin dat gezien de aard, complexiteit, locatie of omvang van het strategische project nodig is, kunnen lidstaten, vóór afloop van die termijnen en per geval:
a) de in lid 1, punt a), en lid 2, punt a), bedoelde termijnen met maximaal zes maanden verlengen;
b) de in lid 1, punt b), en lid 2, punt b), bedoelde termijnen met maximaal drie maanden verlengen.
In geval van een dergelijke verlenging stelt het betrokken centrale contactpunt de projectontwikkelaar schriftelijk in kennis van de redenen die ten grondslag liggen aan de verlenging en van de termijn voor het raambesluit.
5. In afwijking van artikel 4, lid 6, van Richtlijn 2011/92/EU wordt binnen dertig dagen na de datum waarop de ontwikkelaar alle op grond van artikel 4, lid 4, van die richtlijn vereiste informatie heeft ingediend, bepaald of het strategische project moet worden onderworpen aan een beoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 van die richtlijn.
6. Ten laatste 45 dagen na ontvangst van de vergunningsaanvraag voor een strategisch project bevestigt het betrokken centrale contactpunt dat de aanvraag volledig is of, indien de projectontwikkelaar niet alle voor de verwerking van de aanvraag benodigde informatie heeft verstuurd, verzoekt het de projectontwikkelaar onverwijld een volledige aanvraag in te dienen onder vermelding van de ontbrekende informatie. Indien de ingediende aanvraag een tweede keer onvolledig wordt geacht, verzoekt het betrokken centrale contactpunt niet om informatie op gebieden die niet onder het eerste verzoek om aanvullende informatie vallen en is het enkel gerechtigd om aanvullend bewijsmateriaal te verzoeken teneinde de ontbrekende informatie te vervolledigen.
De datum van de in de eerste alinea bedoelde bevestiging geldt als het begin van de vergunningsprocedure.
7. Ten laatste een maand vanaf de datum van de in lid 6 van dit artikel bedoelde bevestiging stelt het betrokken centrale contactpunt in nauwe samenwerking met de projectontwikkelaar en andere betrokken bevoegde autoriteiten een gedetailleerd schema voor de vergunningsprocedure op. Dit schema wordt gepubliceerd door de projectontwikkelaar op de in artikel 8, lid 5, bedoelde website. Het betrokken centrale contactpunt actualiseert het tijdschema in het geval dat er significante wijzigingen zijn die van invloed kunnen zijn op het tijdschema van het raambesluit.
8. Het betrokken centrale contactpunt informeert de projectontwikkelaar wanneer het in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2011/92/EU bedoelde milieueffectbeoordelingsrapport moet worden opgesteld, rekening houdend met de organisatie van de vergunningsprocedure in de betrokken lidstaat en de noodzaak om voldoende tijd te gunnen om het verslag te beoordelen. De periode tussen de deadline voor de indiening van het milieueffectbeoordelingsrapport en de daadwerkelijke indiening van dat verslag wordt niet meegeteld voor de duur van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde vergunningsprocedure.
9. Indien de raadpleging overeenkomstig artikel 1, lid 2, punt g), ii), van Richtlijn 2011/92/EU ertoe leidt dat het milieueffectbeoordelingsrapport moet worden aangevuld met aanvullende informatie, kan het betrokken centrale contactpunt de projectontwikkelaar de gelegenheid bieden aanvullende informatie te verstrekken. In dat geval stelt dat centrale contactpunt de projectontwikkelaar ervan in kennis wanneer de aanvullende informatie moet worden verstrekt, hetgeen niet vroeger dan dertig dagen na de kennisgeving mag zijn. De periode tussen de deadline voor het verstrekken van de aanvullende informatie en de daadwerkelijke indiening van die informatie wordt niet meegeteld voor de duur van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde vergunningsprocedure.
10. De in dit artikel vastgestelde termijnen laten verplichtingen die voortvloeien uit het Unie- en internationale recht, alsook administratieve beroepsprocedures en gerechtelijke procedures, onverlet.
De in dit artikel vastgestelde termijnen voor de vergunningsprocedures laten eventuele kortere termijnen die door de lidstaten worden vastgesteld, onverlet.