Art. 2 Verordening (EU) 2024/1252, Definities

Verordening (EU) 2024/1252

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1) “grondstof”: verwerkte of onverwerkte materie die wordt gebruikt als input voor de vervaardiging van halffabricaten of eindproducten, met uitzondering van stoffen die voornamelijk als voedsel, diervoeder of brandstof worden gebruikt;

2) “grondstoffenwaardeketen”: alle activiteiten en processen die verband houden met de exploratie, winning, verwerking en recycling van grondstoffen;

3) “exploratie”: alle activiteiten om de kenmerken van minerale afzettingen in kaart te brengen en vast te stellen;

4) “winning”: de winning van ertsen, mineralen en plantaardige producten uit oorspronkelijke bron als hoofd- of bijproduct, onder meer uit minerale afzettingen ondergronds, minerale afzettingen onder en in water, en van pekel en bomen;

5) “winningscapaciteit van de Unie”: geheel van de maximale jaarlijkse productievolumes in de Unie voor de winning van ertsen, mineralen, plantaardige producten en concentraten die strategische grondstoffen bevatten, met inbegrip van vormen van verwerking die doorgaans op of dicht bij de winningslocatie plaatsvinden;

6) “minerale afzettingen”: één mineraal of een combinatie van mineralen, voorkomend in een massa of afzetting van potentieel economisch belang;

7) “voorraden”: alle minerale afzettingen waarvan de winning binnen een bepaalde marktcontext economisch levensvatbaar is;

8) “verwerking”: alle fysische, chemische en biologische processen om een grondstof van ertsen, mineralen, plantaardige producten of afvalstoffen om te zetten in zuivere metalen, legeringen of een andere economisch bruikbare vorm, met inbegrip van het verrijken, scheiden, smelten en raffineren van metaal, en met uitzondering van metaalbewerking en verdere verwerking tot halffabricaten en eindproducten;

9) “verwerkingscapaciteit van de Unie”: geheel van de maximale jaarlijkse productievolumes in de Unie voor de verwerking van strategische grondstoffen, met uitzondering van vormen van verwerking die doorgaans op of dicht bij de winningslocatie plaatsvinden;

10) “recycling”: recycling zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 17, van Richtlijn 2008/98/EG;

11) “recyclingcapaciteit van de Unie”: geheel van de maximale jaarlijkse productievolumes in de Unie voor de recycling van strategische grondstoffen na herverwerking, met inbegrip van de sortering en voorbehandeling van afvalstoffen en de verwerking ervan tot secundaire grondstoffen;

12) “jaarlijks verbruik van strategische grondstoffen”: de volledige hoeveelheid strategische grondstoffen die in de Unie gevestigde ondernemingen in verwerkte vorm verbruiken, met uitzondering van strategische grondstoffen die in in de Unie in de handel gebrachte halffabricaten of eindproducten zijn verwerkt;

13) “voorzieningsrisico”: het voorzieningsrisico als berekend overeenkomstig bijlage II, afdeling 2;

14) “project inzake kritieke grondstoffen”: een geplande installatie of een geplande aanzienlijke uitbreiding of herbestemming van een bestaande installatie waar winning, verwerking of recycling van kritieke grondstoffen plaatsvindt;

15) “afnemer”: een onderneming die een afnameovereenkomst met een projectontwikkelaar is aangegaan;

16) “afnameovereenkomst”: een contractuele overeenkomst tussen een onderneming en een projectontwikkelaar waarin de onderneming toezegt gedurende een bepaalde periode een deel van de in het kader van een bepaald project inzake grondstoffen geproduceerde grondstoffen aan te kopen, of waarin de projectontwikkelaar toezegt de onderneming de mogelijkheid daartoe te bieden;

17) “projectontwikkelaar”: een onderneming die of een consortium van ondernemingen dat een project inzake grondstoffen uitvoert;

18) “vergunningsprocedure”: een procedure die alle relevante vergunningen voor de bouw en exploitatie van een project inzake kritieke grondstoffen omvat, met inbegrip van bouwvergunningen, vergunningen voor chemische stoffen en netaansluitingen en, indien die vereist zijn, milieueffectbeoordelingen en milieuvergunningen, en die alle toepassingen en procedures omvat, van de erkenning dat de aanvraag compleet is tot de kennisgeving van het raambesluit over de resultaten van de procedure door het betrokken centrale contactpunt;

19) “raambesluit”: het besluit of de reeks besluiten van autoriteiten van de lidstaten waarin wordt bepaald of een projectontwikkelaar een vergunning krijgt om een project inzake kritieke grondstoffen uit te voeren, onverminderd besluiten in het kader van een beroepsprocedure;

20) “nationaal programma”: een nationaal programma of een geheel van programma’s dat het gehele grondgebied bestrijkt en door relevante nationale of regionale autoriteiten wordt opgesteld en goedgekeurd;

21) “algemene exploratie”: exploratie op nationaal of regionaal niveau, met uitsluiting van gerichte exploratie;

22) “gerichte exploratie”: een gedetailleerd onderzoek naar een afzonderlijke minerale afzetting;

23) “voorspellingskaart”: een kaart waarop gebieden zijn aangegeven waarin zich waarschijnlijk minerale afzettingen van een bepaalde grondstof bevinden;

24) “verstoring van de voorziening”: een onverwachte aanzienlijke daling van de beschikbaarheid van een grondstof of onverwachte aanzienlijke stijging van de prijs van een grondstof die de normale volatiliteit van de marktprijs te boven gaat;

25) “toeleveringsketen van grondstoffen”: alle activiteiten en processen van de grondstoffenwaardeketen totdat een grondstof als input voor de vervaardiging van halffabricaten of eindproducten wordt gebruikt;

26) “mitigatiestrategieën”: het beleid van een marktdeelnemer om de kans op verstoring van de voorziening in zijn toeleveringsketen van grondstoffen te verkleinen of de schade voor zijn economische activiteit als gevolg van een dergelijke verstoring van de voorziening te beperken;

27) “belangrijke marktdeelnemers”: ondernemingen in de toeleveringsketen van kritieke grondstoffen van de Unie en downstreamondernemingen die kritieke grondstoffen gebruiken, wier betrouwbare werking van essentieel belang is voor de levering van kritieke grondstoffen;

28) “strategische voorraad”: een hoeveelheid van een bepaalde grondstof die een publieke of particuliere partij in om het even welke vorm opslaat om in geval van verstoring van de voorziening vrij te kunnen geven;

29) “grote onderneming”: een onderneming met gemiddeld meer dan 500 werknemers en een wereldwijde netto-omzet van meer dan 150 miljoen EUR in het recentste boekjaar waarvoor jaarrekeningen zijn opgesteld;

30) “strategische technologieën”: de belangrijke technologieën die onmisbaar zijn voor de groene en de digitale transitie en voor defensie-, lucht- en ruimtevaarttoepassingen;

31) “raad van bestuur”: het administratieve of toezichtorgaan dat verantwoordelijk is voor het toezicht op het operationeel beheer van een onderneming, of, indien een dergelijk orgaan niet bestaat, de persoon of personen die gelijkaardige functies uitoefenen;

32) “afvalstof” of “afval”: afvalstof zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2008/98/EG;

33) “inzameling”: inzameling zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 10, van Richtlijn 2008/98/EG;

34) “behandeling”: verwerking zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 14, van Richtlijn 2008/98/EG;

35) “terugwinning”: nuttige toepassing zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 15, van Richtlijn 2008/98/EG;

36) “hergebruik”: hergebruik zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 13, van Richtlijn 2008/98/EG;

37) “winningsafval”: winningsafval in de zin van artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2006/21/EG;

38) “winningsafvalinstallatie”: een afvalvoorziening zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 15, van Richtlijn 2006/21/EG;

39) “voorlopige economische evaluatie”: een ontwerpbeoordeling in een vroeg stadium van de mogelijke economische levensvatbaarheid van een project voor de terugwinning van kritieke grondstoffen uit winningsafval;

40) “apparaat voor beeldvorming door middel van magnetische resonantie (MRI-apparaat)”: een niet-invasief medisch hulpmiddel dat gebruikmaakt van magnetische velden om anatomische beelden te genereren of een ander apparaat dat magnetische velden gebruikt om beelden van de binnenkant van een object te genereren;

41) “windenergiegenerator”: het onderdeel van een windmolen op land of op zee waarmee de mechanische energie van de rotor in elektrische energie wordt omgezet;

42) “industriële robot”: een automatisch bestuurde, herprogrammeerbare, multifunctionele manipulator met ten minste drie programmeerbare assen, die vast gemonteerd kan zijn of bewogen kan worden en bestemd is voor gebruik in industriële automatiseringstoepassingen;

43) “motorvoertuig”: een voertuig van categorie M of N waarvoor typegoedkeuring is verleend, zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, punten a) en b), van Verordening (EU) 2018/858;

44) “licht vervoermiddel”: een licht voertuig met wielen dat kan worden aangedreven door enkel de elektrische motor of door een combinatie van de motor en menselijke kracht, met inbegrip van elektrische scooters, elektrische fietsen, en voertuigen van categorie L waarvoor typegoedkeuring is verleend, zoals bepaald in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 168/2013;

45) “koelgenerator”: het onderdeel van een koelsysteem waarmee een temperatuurverschil wordt gegenereerd waardoor warmte kan worden onttrokken van de gekoelde ruimte of het gekoelde proces met behulp van een cyclus van elektrische dampcompressie;

46) “warmtepomp”: het onderdeel van een verwarmingssysteem waarmee een temperatuurverschil wordt gegenereerd waardoor warmte kan worden geleverd aan de te verwarmen ruimte of het te verwarmen proces met behulp van een cyclus van elektrische dampcompressie;

47) “elektrische motor”: een apparaat met een nominaal vermogen van ten minste 0,12 kW waarmee elektrisch ingaand vermogen wordt omgezet in mechanisch uitgaand vermogen in de vorm van een rotatie met een toerental en koppel die afhangen van factoren zoals de frequentie van de voedingsspanning en het aantal polen van de motor;

48) “automatische wasmachine”: een wasmachine die de lading volledig behandelt zonder dat tijdens het programma een tussenkomst van de gebruiker vereist is;

49) “droogtrommel”: een apparaat waarin textiel wordt gedroogd in een roterende trommel waar verwarmde lucht door wordt geblazen;

50) “magnetronoven”: een apparaat dat bedoeld is om voedsel op te warmen met elektromagnetische energie;

51) “stofzuiger”: een apparaat dat vuil van een te reinigen oppervlak verwijdert door middel van een luchtstroom die tot stand komt door een binnen de eenheid opgewekte onderdruk;

52) “vaatwasser”: een apparaat waarmee vaatwerk wordt gereinigd en afgespoeld;

53) “permanente magneet”: een magneet die ook na afzondering van een extern magnetisch veld magnetisch blijft;

54) “gegevensdrager”: een streepjescode, tweedimensionaal symbool of ander medium voor het automatisch identificeren en lezen van gegevens, dat met een apparaat kan worden afgelezen;

55) “unieke productidentificatiecode”: een unieke reeks karakters om producten mee te identificeren;

56) “magnetische coating”: een laag materiaal die doorgaans wordt gebruikt om magneten tegen corrosie te beschermen;

57) “afzondering”: een handmatige, mechanische, chemische, thermische of metallurgische behandeling die ervoor zorgt dat de doelonderdelen of doelmaterialen identificeerbaar zijn als een afzonderlijke uitvoerstroom of deel van een uitvoerstroom;

58) “recycler”: een natuurlijke of rechtspersoon die recycling verricht in een inrichting met een vergunning;

59) “op de markt aanbieden”: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een product met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Unie;

60) “soort kritieke grondstof”: een in de handel gebrachte kritieke grondstof gedifferentieerd naar het stadium van de verwerking, de chemische samenstelling, de geografische oorsprong of de productiemethode ervan;

61) “in de handel brengen”: het voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden van een product;

62) “conformiteitsbeoordeling”: het proces waarmee wordt aangetoond of aan de vereisten van artikel 28, artikel 29 of artikel 31 is voldaan;

63) “strategisch partnerschap”: verbintenis tussen de Unie en een derde land of een land of gebied overzee om hun samenwerking met betrekking tot de grondstoffenwaardeketen te intensiveren, die is vastgelegd in een niet-bindend instrument waarin acties van wederzijds belang zijn vermeld die gunstige resultaten voor zowel de Unie als het betrokken derde land of land of gebied overzee bevorderen;

64) “multistakeholdergovernance”: een vorm van bestuur waarbij meerdere soorten belanghebbenden, waaronder ten minste het maatschappelijk middenveld, een formele, relevante en substantiële bijdrage leveren aan de besluitvorming van een certificeringsregeling, gedocumenteerd door middel van een mandaat, taakomschrijving of ander bewijsmateriaal, dat de betrokkenheid van de vertegenwoordigers van de verschillende belanghebbenden bij die certificeringsregeling bevestigt of ondersteunt.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen