Art. 34 Verordening (EU) 2024/1252, Tenuitvoerlegging en aanpassing aan de harmonisatiewetgeving van de Unie
De Commissie is overeenkomstig artikel 38 bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van de artikelen 28, 29, 31 en 33 om:
a) voorschriften vast te stellen voor het technisch ontwerp en de werking van de in artikel 28, leden 3 en 4, bedoelde gegevensdrager en unieke productidentificatiecode;
b) te verwijzen naar technische normen die moeten worden gebruikt met betrekking tot de in artikel 28, leden 3 en 4, bedoelde gegevensdrager en unieke productidentificatiecode;
c) regels vast te stellen voor het opnemen van de in artikel 28, lid 4, bedoelde unieke productidentificatiecode in registers die relevant zijn voor markttoezicht en douanecontroles;
d) voorschriften vast te stellen met betrekking tot douanecontroles inzake de in artikel 28, leden 3 en 4, bedoelde gegevensdrager en unieke productidentificatiecode;
e) procedures vast te stellen voor de behandeling van producten die op nationaal niveau een risico vormen of formele niet-naleving inhouden, alsmede daarmee verband houdende vrijwaringsprocedures ingeval bezwaar wordt gemaakt tegen de genomen markttoezichtmaatregelen;
f) eisen vast te stellen met betrekking tot de EU-conformiteitsverklaring en algemene beginselen, regels en voorwaarden voor het aanbrengen van CE-markering.
In die gedelegeerde handelingen wordt naar andere harmonisatiewetgeving van de Unie, met name Richtlijn 2009/125/EG verwezen of voor afstemming daarmee gezorgd en wordt rekening gehouden met de noodzaak om de administratieve lasten te beperken en tegelijkertijd de doeltreffende uitvoering van de artikelen 28, 29 en 31 van deze verordening te waarborgen.