Art. 14 Uitvoeringsverordening (EU) 2021/520, Termijnen voor het aanbrengen van identificatiemiddelen bij gehouden schapen en geiten

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/520

1. De exploitanten zorgen ervoor dat de in artikel 113, lid 1, onder a), van Verordening (EU) 2016/429 bedoelde identificatiemiddelen vóór het verstrijken van de maximumtermijn na de geboorte van het dier als vastgesteld door de lidstaat waar de dieren zijn geboren, bij de gehouden schapen en geiten worden aangebracht. Deze maximumtermijn wordt berekend vanaf de datum van de geboorte van de dieren en bedraagt niet meer dan negen maanden.

2. De exploitanten zorgen ervoor dat gehouden schapen en geiten de inrichting waar zij zijn geboren niet verlaten tenzij bij die dieren een in artikel 113, lid 1, onder a), van Verordening (EU) 2016/429 bedoeld identificatiemiddel is aangebracht.