Art. 9 Uitvoeringsverordening (EU) 2021/520, Technische specificaties, formaten en ontwerp van identificatiemiddelen voor gehouden runderen, schapen, geiten, varkens, kameelachtigen en hertachtigen

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/520

1. De bevoegde autoriteit keurt het gebruik van de in bijlage III, onder a) en b), bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 bedoelde conventionele oormerken of conventionele pootbanden als identificatiemiddelen voor gehouden runderen, schapen, geiten, varkens, kameelachtigen en hertachtigen alleen goed als die identificatiemiddelen voldoen aan de technische specificaties van bijlage II, deel 1, bij deze verordening.

2. De bevoegde autoriteit keurt het gebruik van de in bijlage III, onder g), bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 bedoelde tatoeages als identificatiemiddelen voor gehouden runderen, schapen, geiten, varkens, kameelachtigen en hertachtigen alleen goed als die tatoeages overeenkomstig artikel 46, leden 2 en 3, artikel 52, lid 1, onder b), artikel 73, lid 2, onder c), en artikel 76, lid 1, onder c), van die gedelegeerde verordening onuitwisbaar en leesbaar zijn.

3. De bevoegde autoriteit keurt het gebruik van de in bijlage III, onder c) tot en met f), bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 bedoelde elektronische identificatiemiddelen als identificatiemiddelen voor gehouden runderen, schapen, geiten, varkens, kameelachtigen en hertachtigen alleen goed als die identificatiemiddelen voldoen aan de technische specificaties van bijlage II, deel 2, bij deze verordening. De in bijlage III, onder c) en f), bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 bedoelde elektronische identificatiemiddelen voldoen tevens aan de technische specificaties van bijlage II, deel 1, van deze verordening.

4. In afwijking van lid 3 kan de bevoegde autoriteit het gebruik van elektronische oormerken als identificatiemiddel voor gehouden varkens goedkeuren indien die identificatiemiddelen voldoen aan de technische specificaties als vastgesteld door de lidstaat waar de varkens worden gehouden en daarop zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar de unieke registratienummers zijn aangegeven van:

a) de inrichting waar de dieren zijn geboren, of

b) de laatste inrichting van de toeleveringsketen als bedoeld in artikel 53 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035, wanneer die dieren worden verplaatst naar een inrichting buiten die toeleveringsketen.