Art. 13 Verordening (EU) 2018/1046, Gedetailleerde voorschriften inzake de annulering en overdracht van kredieten
1. De in artikel 12, lid 2, eerste alinea, onder a), bedoelde vastleggingskredieten en niet-gesplitste kredieten kunnen slechts worden overgedragen indien de vastleggingen niet vóór 31 december van het begrotingsjaar konden worden verricht om redenen die de ordonnateur niet kunnen worden aangerekend, en indien de voorbereidingen zo ver gevorderd zijn dat redelijkerwijs mag worden verwacht dat de vastlegging uiterlijk op 31 maart van het volgende begrotingsjaar kan worden verricht, of op 31 december van het volgende begrotingsjaar wanneer het onroerendgoedprojecten betreft.
2. De in artikel 12, lid 2, eerste alinea, onder a), bedoelde voorbereidende stadia, die op 31 december van het begrotingsjaar moeten zijn voltooid met het oog op een overdracht naar het volgende begrotingsjaar, zijn met name:
a) voor de individuele vastleggingen in de zin van artikel 112, lid 1, eerste alinea, onder a), de voltooiing van de selectie van potentiële contractanten, begunstigden, prijswinnaars of delegatiehouders;
b) voor de globale vastleggingen in de begroting in de zin van artikel 112, eerste alinea, lid 1, onder b), de vaststelling van een financieringsbesluit of de afsluiting van het overleg tussen de betrokken diensten binnen elke instelling van de Unie met het oog op de vaststelling van een dergelijk begrotingsbesluit.
3. De overeenkomstig artikel 12, lid 2, eerste alinea, onder a), overgedragen kredieten die op 31 maart van het volgende begrotingsjaar, of op 31 december van het volgende begrotingsjaar voor bedragen in verband met onroerendgoedprojecten, niet zijn vastgelegd, worden automatisch geannuleerd.
De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad binnen één maand na de in de voorgaande alinea bedoelde annulering in kennis van de aldus geannuleerde kredieten.