Art. 11 Verordening (EU) 2018/1046, Vastlegging van kredieten

Verordening (EU) 2018/1046

1. De kredieten die in de begroting zijn opgenomen, kunnen met ingang van 1 januari worden vastgelegd zodra de begroting definitief is vastgesteld.

2. Voor de volgende uitgaven mogen vanaf 15 oktober van het begrotingsjaar vervroegde vastleggingen worden verricht ten laste van de kredieten van het volgende begrotingsjaar:

a) lopende uitgaven van administratieve aard, op voorwaarde dat zulke uitgaven in de laatste op regelmatige wijze vastgestelde begroting zijn goedgekeurd, en maximaal een kwart bedragen van de totale overeenkomstige kredieten die door het Europees Parlement en door de Raad zijn goedgekeurd voor het lopende begrotingsjaar;

b) lopende uitgaven van administratieve aard van het ELGF, op voorwaarde dat de basis voor zulke uitgaven in een bestaande basishandeling is vastgesteld, en ze maximaal drie kwart bedragen van de totale overeenkomstige kredieten die door het Europees Parlement en de Raad zijn goedgekeurd voor het lopende begrotingsjaar.

Vorige artikelen

Volgende artikelen