Art. 8 Verordening (EU) 2018/1046, Specifieke regels betreffende het eenheidsbeginsel en het begrotingswaarachtigheidsbeginsel
1. Alle ontvangsten en uitgaven worden in een begrotingsonderdeel opgenomen.
2. Onverminderd toegestane uitgaven uit hoofde van voorwaardelijke verplichtingen waarin bij artikel 210, lid 2, is voorzien kan voor geen enkele uitgave een verplichting worden aangegaan of een betalingsopdracht gegeven boven het bedrag van de toegestane kredieten.
3. Een krediet wordt slechts in de begroting opgenomen wanneer er een noodzakelijk geachte uitgave tegenover staat.
4. De rente op uit de begroting betaalde voorfinancieringen is niet verschuldigd aan de Unie tenzij anders is bepaald in de betreffende bijdrage- of financieringsovereenkomsten.