Art. 10 Verordening (EU) 2018/1046, De begrotingsboekhouding voor ontvangsten en kredieten
1. De ontvangsten van een begrotingsjaar worden in de rekening van dat jaar geboekt op basis van de in dat jaar geïnde bedragen. De eigen middelen voor de maand januari van het volgende begrotingsjaar kunnen evenwel op voorhand worden verstrekt overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014.
2. De boekingen met betrekking tot de eigen middelen op basis van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) en het bruto nationaal inkomen kunnen overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad worden aangepast.
3. De vastleggingen voor een begrotingsjaar worden geboekt op basis van de juridische verbintenissen die tot en met 31 december van dat jaar zijn aangegaan. De in artikel 112, lid 4, bedoelde globale vastleggingen worden echter in de begroting voor een begrotingsjaar geboekt op basis van de tot 31 december van dat jaar in de begroting verrichte vastleggingen.
4. De betalingen worden voor een begrotingsjaar geboekt op basis van de uiterlijk op 31 december van dat begrotingsjaar door de rekenplichtige verrichte betalingen.
5. In afwijking van de leden 3 en 4:
a) worden de uitgaven van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) voor een begrotingsjaar geboekt op basis van de terugbetalingen van de Commissie aan de lidstaten tot en met 31 december van dat jaar, voor zover de rekenplichtige uiterlijk op 31 januari van het volgende begrotingsjaar de betalingsopdracht heeft ontvangen;
b) worden in gedeeld beheer uitgevoerde uitgaven, het ELGF uitgezonderd, in de rekening van een begrotingsjaar geboekt op basis van de terugbetalingen van de Commissie aan de lidstaten tot en met 31 december van dat jaar, met inbegrip van de uitgaven die uiterlijk op 31 januari van het volgende begrotingsjaar worden gedaan, zoals bepaald in de artikelen 30 en 31.