Art. 18 Verordening (EU) 2018/1046, Saldo van het begrotingsjaar
1. Het saldo van elk begrotingsjaar wordt, naargelang het een overschot of een tekort betreft, in de begroting van het volgende begrotingsjaar als ontvangst of als betalingskrediet opgenomen.
2. De ramingen van de in lid 1 van dit artikel bedoelde ontvangsten of betalingskredieten worden tijdens de begrotingsprocedure in de begroting opgenomen en door middel van de procedure van de nota van wijzigingen die wordt ingediend overeenkomstig artikel 42 van deze verordening. De ramingen worden opgesteld overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EU, Euratom) nr. 608/2014 van de Raad (35).
3. Na de indiening van de voorlopige rekeningen van het begrotingsjaar wordt het eventuele verschil tussen deze rekeningen en de ramingen in de begroting van het volgende begrotingsjaar opgenomen door middel van een gewijzigde begroting, die uitsluitend voor dat doel wordt opgesteld en wordt aangewend. In dat geval dient de Commissie het ontwerp van gewijzigde begroting binnen 15 dagen na de indiening van de voorlopige rekeningen tegelijkertijd in bij het Europees Parlement en bij de Raad.