Art. 18 Verordening (EU) 2016/1624, Ondersteuningsteams voor migratiebeheer

Verordening (EU) 2016/1624

1. Indien een lidstaat zich op bepaalde hotspotgebieden aan zijn buitengrenzen geconfronteerd ziet met onevenredig grote uitdagingen op het gebied van migratie als gevolg van een sterke, gemengde instroom van migranten, kan die lidstaat verzoeken om technische en operationele versterking door ondersteuningsteams voor migratiebeheer. De betrokken lidstaat dient een verzoek om versterking en een raming van zijn behoeften in bij het Agentschap en andere relevante agentschappen van de Unie, in het bijzonder het EASO en Europol.

2. De uitvoerend directeur beoordeelt in coördinatie met andere relevante agentschappen van de Unie het verzoek om versterking van een lidstaat en de raming van de behoeften van die lidstaat, met het oog op de vaststelling van een breed versterkingspakket bestaande uit diverse door de relevante agentschappen van de Unie gecoördineerde activiteiten waarmee de betrokken lidstaat moet instemmen.

3. De Commissie bepaalt, in samenwerking met de ontvangende lidstaat en de relevante agentschappen, de nadere voorwaarden voor samenwerking in het hotspotgebied en is verantwoordelijk voor de coördinatie van de activiteiten van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer.

4. De technische en operationele versterking die in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer wordt geboden door de Europese grens- en kustwachtteams, de Europese terugkeerinterventieteams en de deskundigen uit het personeel van het Agentschap, kan omvatten:

a) het bieden van ondersteuning, met volledige inachtneming van de grondrechten, bij het screenen van onderdanen van derde landen die aan de buitengrenzen aankomen, wat mede inhoudt de identificatie, registratie en debriefing van die onderdanen van derde landen en, indien de lidstaat daarom verzoekt, het nemen van hun vingerafdrukken, en het verstrekken van informatie over het doel van deze procedures;

b) de verstrekking van initiële informatie aan personen die internationale bescherming wensen aan te vragen, en hun doorverwijzing naar de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat of het EASO;

c) het verlenen van technische en operationele bijstand op het gebied van terugkeer, met inbegrip van het voorbereiden en organiseren van terugkeeroperaties.

5. Ondersteuningsteams voor migratiebeheer bestaan, indien nodig, onder meer uit medewerkers met expertise op het gebied van kinderbescherming, mensenhandel, bescherming tegen vervolging op grond van geslacht, en/of grondrechten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen