Art. 15 Verordening (EU) 2016/1624, Gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies aan de buitengrenzen
1. Een lidstaat kan het Agentschap verzoeken gezamenlijke operaties op te zetten om toekomstige uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, waaronder illegale immigratie, huidige of toekomstige dreigingen aan zijn buitengrenzen of grensoverschrijdende criminaliteit, of uitgebreidere technische en operationele bijstand te verlenen met het oog op de uitvoering van hun verplichtingen ten aanzien van het toezicht op de buitengrenzen.
2. Op verzoek van een lidstaat die geconfronteerd wordt met een situatie van specifieke en onevenredig grote uitdagingen, in het bijzonder de toestroom op bepaalde punten aan de buitengrenzen van grote aantallen onderdanen van derde landen die trachten onrechtmatig het grondgebied van die lidstaat binnen te komen, kan het Agentschap voor een beperkte periode een snelle grensinterventie opzetten op het grondgebied van die ontvangende lidstaat.
3. Voor de evaluatie, de goedkeuring en de coördinatie van voorstellen van lidstaten voor gezamenlijke operaties is de uitvoerend directeur bevoegd. Voorafgaand aan gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies wordt een grondige, betrouwbare en actuele risicoanalyse verricht, zodat het Agentschap de prioriteit van de voorgestelde gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie kan vaststellen, rekening houdend met de effecten voor de buitengrenssegmenten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 en de beschikbaarheid van middelen.
4. De uitvoerend directeur doet op basis van de resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling en rekening houdend met de door het Agentschap verrichte risicoanalyse en de analyselaag van het overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 opgestelde Europese situatiebeeld, een aanbeveling aan de betrokken lidstaat voor het initiëren van gezamenlijke acties of snelle grensinterventies. Het Agentschap stelt zijn technische uitrusting ter beschikking van de ontvangende lidstaat of de deelnemende lidstaten.
5. De doelstellingen van een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie kunnen worden verwezenlijkt in het kader van een operatie met meerdere doelen. Die operaties kunnen zich uitstrekken tot kustwachttaken en het voorkomen van grensoverschrijdende criminaliteit, waaronder het bestrijden van migrantensmokkel of mensenhandel, en migratiebeheer, zoals identificatie, registratie, debriefing en terugkeer.