Art. 21 Verordening (EU) 2016/1624, Instructies aan de Europese grens- en kustwachtteams
1. Tijdens de inzet van Europese grens- en kustwachtteams geeft de ontvangende lidstaat overeenkomstig het operationele plan instructies aan de teams.
2. Via zijn coördinerend functionaris kan het Agentschap de ontvangende lidstaat zijn mening over de aan de Europese grens- en kustwachtteams gegeven instructies verschaffen. De ontvangende lidstaat houdt rekening met deze mening en geeft er voor zover mogelijk gevolg aan.
3. Wanneer de aan de Europese grens- en kustwachtteams verstrekte instructies niet in overeenstemming zijn met het operationele plan, meldt de coördinerend functionaris dit onmiddellijk aan de uitvoerend directeur, die — indien van toepassing — overeenkomstig artikel 25, lid 3, maatregelen kan nemen.
4. De teamleden eerbiedigen bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden ten volle de grondrechten, waaronder de toegang tot asielprocedures, en de menselijke waardigheid. De maatregelen die zij nemen bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden staan in verhouding tot het doel van die maatregelen. Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden mogen zij niet discrimineren op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.
5. De teamleden blijven onderworpen aan de disciplinaire maatregelen van hun lidstaat van herkomst. De lidstaat van herkomst voorziet in de nodige disciplinaire of andere maatregelen in situaties overeenkomstig zijn nationale recht inzake tijdens een gezamenlijke operatie of een snelle grensinterventie gedane schendingen van grondrechten of verplichtingen op het gebied van internationale bescherming.