Art. 12 Verordening (EU) 2016/1624, Verbindingsfunctionarissen in lidstaten

Verordening (EU) 2016/1624

1. Het Agentschap zorgt voor regelmatige monitoring van het beheer door alle lidstaten van de buitengrenzen door verbindingsfunctionarissen van het Agentschap.

Het Agentschap kan besluiten dat een verbindingsfunctionaris maximaal vier geografisch dicht bij elkaar gelegen lidstaten bestrijkt.

2. De uitvoerend directeur wijst uit het personeel van het Agentschap deskundigen aan die als verbindingsfunctionarissen worden ingezet. De uitvoerend directeur presenteert, op basis van een risicoanalyse en in overleg met de betrokken lidstaten, een voorstel betreffende de aard en de nadere voorwaarden van de inzet, de lidstaat of regio waar de verbindingsfunctionaris wordt ingezet en de mogelijke taken die niet onder lid 3 vallen. Het voorstel van de uitvoerend directeur moet door de raad van bestuur worden goedgekeurd. De uitvoerend directeur stelt de betrokken lidstaat in kennis van de aanwijzing van de verbindingsfunctionaris en bepaalt samen met de lidstaat op welke locatie de betrokkene wordt ingezet.

3. De verbindingsfunctionarissen treden op namens het Agentschap en hun rol is het bevorderen van de samenwerking en de dialoog tussen het Agentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer en het terugkeerbeleid zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren. De verbindingsfunctionarissen hebben met name tot taak:

a) op te treden als contactpersoon tussen het Agentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer en het terugkeerbeleid zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren;

b) steun te verlenen aan het verzamelen van de informatie die het Agentschap nodig heeft voor monitoring van illegale migratie en risicoanalyse als bedoeld in artikel 11;

c) steun te verlenen aan het verzamelen van de in artikel 13 bedoelde informatie die het Agentschap nodig heeft voor het verrichten van de kwetsbaarheidsbeoordeling;

d) de maatregelen te monitoren die de lidstaat uitvoert bij grenssegmenten waarvoor een hoog impactniveau is vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013;

e) bij te dragen tot het bevorderen van de toepassing van het acquis van de Unie inzake het beheer van de buitengrenzen, met inbegrip van de eerbiediging van de grondrechten;

f) de lidstaten waar mogelijk bijstand te verlenen bij het opstellen van hun noodplannen inzake grensbeheer;

g) de communicatie tussen de lidstaten en het Agentschap te bevorderen en relevante informatie van het Agentschap te delen met de lidstaat, waaronder informatie over lopende operaties;

h) regelmatig verslag uit te brengen aan de uitvoerend directeur over de situatie aan de buitengrenzen en het vermogen van de betrokken lidstaat om de situatie aan de buitengrenzen doeltreffend het hoofd te bieden, en over de uitvoering van terugkeeroperaties naar relevante derde landen;

i) de maatregelen te monitoren die de lidstaat uitvoert ten aanzien van een situatie aan de buitengrenzen die dringend optreden vereist, als bedoeld in artikel 19.

Indien het onder h) bedoelde verslag van de verbindingsfunctionaris aanleiding geeft tot bezorgdheid over een of meer van deze aspecten die voor de betrokken lidstaat relevant zijn, wordt deze laatste onverwijld door de uitvoerend directeur daarvan op de hoogte gebracht.

4. Voor de toepassing van lid 3 moet de verbindingsfunctionaris overeenkomstig de nationale en Unievoorschriften inzake beveiliging en gegevensbescherming:

a) informatie krijgen van het nationale coördinatiecentrum en van het nationale situatiebeeld dat overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 is opgesteld;

b) regelmatig contact onderhouden met de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, en een door de betrokken lidstaat aan te wijzen aanspreekpunt.

5. Het verslag van de verbindingsfunctionaris maakt deel uit van de in artikel 13 bedoelde kwetsbaarheidsbeoordeling. Het verslag wordt toegezonden aan de betrokken lidstaat.

6. Bij de uitvoering van zijn taken aanvaardt de verbindingsfunctionaris uitsluitend instructies van het Agentschap.

Vorige artikelen

Volgende artikelen