Art. 19 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, Alternatieve benaderingen van de liquiditeit

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

1. Indien voor kredietinstellingen onvoldoende liquide activa in een bepaalde valuta beschikbaar zijn om te voldoen aan de liquiditeitsdekkingsratio als bedoeld in artikel 4, zijn een of meer van de volgende bepalingen van toepassing:

a) het vereiste inzake de consistentie van de valuta, als bedoeld in artikel 8, lid 6, is niet van toepassing voor die valuta;

b) de kredietinstelling kan het tekort aan liquide activa in een valuta dekken met kredietfaciliteiten van de centrale bank in een lidstaat of derde land van deze valuta, mits de faciliteit voldoet aan alle volgende voorwaarden:

i) zij is contractueel onherroepelijk toegezegd voor de komende dertig kalenderdagen;

ii) aan de faciliteit is een vergoeding verbonden die verschuldigd is, ongeacht, in voorkomend geval, het aan die faciliteit onttrokken bedrag;

iii) de vergoeding wordt vastgesteld op een zodanig bedrag dat het netto rendement op de activa die ter dekking van de faciliteit worden gebruikt, niet hoger is dan het netto rendement op een representatieve portefeuille van liquide activa, na correctie voor aanzienlijke verschillen in kredietrisico;

c) indien er onvoldoende activa van niveau 1 maar voldoende activa van niveau 2A beschikbaar zijn, kan de kredietinstelling aanvullende activa van niveau 2A in de liquiditeitsbuffer aanhouden en worden de drempels per actiefniveau als bepaald in artikel 17 geacht dienovereenkomstig gewijzigd te zijn. Op deze aanvullende activa van niveau 2A wordt een reductiefactor toegepast die ten minste gelijk is aan 20 %. Op door de kredietinstelling aangehouden activa van niveau 2B worden nog de reductiefactoren toegepast die overeenkomstig dit hoofdstuk telkens van toepassing zijn.

2. De kredietinstellingen passen de afwijkingen waarin lid 1 voorziet, op omgekeerd evenredige basis toe ten aanzien van de beschikbaarheid van de desbetreffende liquide activa. Bij de beoordeling van hun liquiditeitsbehoefte voor de toepassing van dit artikel houden kredietinstellingen rekening met hun vermogen om middels een deugdelijk liquiditeitsbeheer de behoefte aan deze liquide activa te beperken, en met deze door andere marktdeelnemers aangehouden activa.

3. De valuta's die in aanmerking komen voor de afwijkingen als bedoeld in lid 1 en de mate waarin een of meer afwijkingen voor een bepaalde valuta in het totaal beschikbaar zijn, worden bepaald bij de uitvoeringshandeling die door de Commissie moet worden vastgesteld overeenkomstig artikel 419, lid 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

4. De gedetailleerde voorwaarden die van toepassing zijn op het gebruik van de afwijkingen als bedoeld in lid 1, onder a) en b), worden bepaald bij de gedelegeerde handeling die door de Commissie moet worden vastgesteld overeenkomstig artikel 419, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Vorige artikelen

Volgende artikelen