Art. 17 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, Samenstelling van de liquiditeitsbuffer per actiefniveau

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

1. Kredietinstellingen voldoen te allen tijde aan de volgende voorschriften inzake de samenstelling van hun liquiditeitsbuffer:

a) ten minste 60 % van de liquiditeitsbuffer moet bestaan uit activa van niveau 1;

b) ten minste 30 % van de liquiditeitsbuffer moet bestaan uit activa van niveau 1, met uitzondering van gedekte obligaties van uiterst hoge kwaliteit als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder f);

c) ten hoogste 15 % van de liquiditeitsbuffer kan bestaan uit activa van niveau 2B.

2. De voorschriften van lid 1 worden toegepast na correctie voor de gevolgen voor de voorraad liquide activa van gewaarborgde financiering, gedekte leningstransacties of gegarandeerde swaptransacties waarvoor liquide activa worden gebruikt, wanneer deze transacties een looptijd van minder dan dertig kalenderdagen hebben, na aftrek van toepasselijke reductiefactoren en op voorwaarde dat de kredietinstelling de operationele voorschriften van artikel 8 naleeft.

3. Kredietinstellingen bepalen de samenstelling van hun liquiditeitsbuffer volgens de in bijlage I bij deze verordening vastgelegde formule.

Vorige artikelen

Volgende artikelen