Art. 21 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, Voorschriften voor de beoordeling van de gevolgen van zekerheden die zijn verkregen middels derivatentransacties
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61
Kredietinstellingen berekenen de liquiditeitsuitstromen en -instromen die worden verwacht in een periode van dertig kalenderdagen voor de in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 575/2013 vermelde contracten op nettobasis voor alle tegenpartijen, wanneer hiervoor bilaterale verrekeningsovereenkomsten bestaan overeenkomstig artikel 295 van die verordening. Voor de toepassing van dit artikel is de nettobasis het netto onderpand dat moet worden ontvangen, mits dit wordt beschouwd als liquide actief in het kader van hoofdstuk II van deze verordening. Uitstromen en instromen van kasgeld ten gevolge van derivatentransacties in buitenlandse valuta's waarbij tegelijkertijd (of binnen dezelfde dag) een volledige uitwisseling van hoofdbedragen plaatsvindt, worden op nettobasis berekend, zelfs indien deze transacties niet onder een bilaterale verrekeningsovereenkomst vallen.