Art. 33 Verordening (EU) nr. 702/2014, Steun voor boslandbouwsystemen

Verordening (EU) nr. 702/2014

1. Steun voor boslandbouwsystemen die wordt verleend aan particuliere grondbezitters, gemeenten en verenigingen daarvan, is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, onder (c), van het Verdrag en vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag als hij voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 2 tot en met 11 van dit artikel en in hoofdstuk I.

2. De steun:

a) wordt in het kader van een plattelandsontwikkelingsprogramma overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1305/2013 en de krachtens die verordening door de Commissie vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen toegekend:

i) als steun die uit het Elfpo wordt gecofinancierd, of

ii) als aanvullende nationale financiering bij de onder (i) genoemde steun,

en

b) is identiek aan de onderliggende plattelandsontwikkelingsmaatregel in het plattelandsontwikkelingsprogramma als bedoeld onder (a).

3. In de rechtsgrondslag van de steun wordt vermeld dat de steun niet mag worden ingevoerd voordat de Commissie het betrokken plattelandsontwikkelingsprogramma heeft goedgekeurd.

4. De steun voor boslandbouwsystemen dekt de aanlegkosten en een jaarlijkse premie per hectare.

Steun voor boslandbouwsystemen kan betrekking hebben op investeringsacties.

5. De steun voor boslandbouwsystemen in het kader van investeringsacties dekt de volgende in aanmerking komende kosten:

a) de kosten van de bouw, verwerving, inclusief leasing, of verbetering van onroerende goederen, waarbij grond alleen in aanmerking komt voor zover de kosten daarvan niet hoger zijn dan 10 % van de totale in aanmerking komende kosten van de betrokken concrete actie;

b) de kosten van de koop of huurkoop van machines en uitrusting, tot maximaal de marktwaarde van de activa;

c) algemene kosten in verband met de onder (a) en (b) bedoelde uitgaven, zoals voor het inschakelen van architecten, ingenieurs en adviseurs en voor advies over ecologische en economische duurzaamheid, met inbegrip van haalbaarheidsstudies; haalbaarheidsstudies blijven in aanmerking komen, zelfs wanneer op basis van de resultaten daarvan geen uitgaven uit hoofde van het bepaalde onder (a) en (b) worden gemaakt;

d) de aankoop of ontwikkeling van computersoftware en de verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en handelsmerken;

e) kosten van de opstelling van bosbeheerplannen of gelijkwaardige instrumenten.

Werkkapitaal wordt niet beschouwd als subsidiabele kosten.

6. De investeringsacties moeten in overeenstemming zijn met de wetgeving van de Unie en met de nationale milieubeschermingswetgeving van de betrokken lidstaat. Steun voor investeringsacties waarvoor krachtens Richtlijn 2011/92/EU een milieueffectbeoordeling moet worden uitgevoerd, mag slechts worden toegekend op voorwaarde dat die beoordeling is uitgevoerd en de vergunning voor het betrokken investeringsproject is verleend vóór de datum van de toekenning van de individuele steun.

7. De volgende aanlegkosten komen in aanmerking:

a) de kosten van de aanleg van het boslandbouwsysteem door het aanplanten van bomen, waaronder de kosten van het plantmateriaal, de aanplant, de opslag en de behandeling van zaailingen met de nodige preventie- en beschermingsmaterialen;

b) de kosten van de aanleg van het boslandbouwsysteem door de omzetting van bestaande bossen of andere beboste gronden, waaronder de kosten van het kappen van bomen, uitdunnen en snoeien en de bescherming tegen graasdieren;

c) andere kosten die rechtstreeks met de aanleg van een boslandbouwsysteem verband houden, zoals de kosten van haalbaarheidsstudies, aanlegplannen, bodemonderzoek en voorbereiding en bescherming van de grond;

d) de kosten van bosbegrazing, irrigatie en beschermende voorzieningen;

e) de kosten van de voor de aanleg van een boslandbouwsysteem noodzakelijke behandelingen, waaronder irrigatie en snoeien;

f) de kosten van herbeplanting in het eerste jaar na de aanleg van een boslandbouwsysteem.

8. De jaarlijkse premie per hectare dekt de kosten van het onderhoud van het boslandbouwsysteem en wordt gedurende maximaal vijf jaar na de datum van de toekenning van de steun verleend.

De in aanmerking komende kosten van het onderhoud kunnen betrekking hebben op de aangelegde boomgordels, het wieden, snoeien en uitdunnen en op beschermende maatregelen en investeringen zoals het plaatsen van hekken of het aanbrengen van individuele beschermingskokers.

9. De lidstaten bepalen het maximale aantal per hectare aan te planten bomen, met inachtneming van:

a) de plaatselijke bodem- en klimaatgesteldheid en milieuomstandigheden;

b) de bosbouwgewassoorten, en

c) de noodzaak om te garanderen dat de voor landbouwdoeleinden gebruikte grond op duurzame wijze wordt gebruikt.

10. Voor begunstigden vanaf een bepaalde door de lidstaten vast te stellen omvang, is de steun afhankelijk van de overlegging van de toepasselijke gegevens van een bosbeheerplan of gelijkwaardig instrument dat in overeenstemming is met duurzaam bosbeheer, als omschreven door de tweede ministeriële conferentie over de bescherming van de bossen in Europa van 1993.

11. De steunintensiteit bedraagt ten hoogste:

a) 80 % van de in aanmerking komende kosten van investeringsacties en van de aanlegkosten als bedoeld in de leden 5 en 7, en

b) 100 % van de in lid 8 bedoelde jaarlijkse premie.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen