Art. 32 Verordening (EU) nr. 702/2014, Steun voor bebossing en de aanleg van beboste gronden
1. Steun voor bebossing en de aanleg van beboste gronden die wordt verleend aan publieke en private grondbezitters en hun verenigingen, is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, onder (c), van het Verdrag en vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag als hij voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 2 tot en met 16 van dit artikel en in hoofdstuk I.
2. De steun:
a) wordt in het kader van een plattelandsontwikkelingsprogramma overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1305/2013 en de krachtens die verordening door de Commissie vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen toegekend:
i) als steun die uit het Elfpo wordt gecofinancierd, of
ii) als aanvullende nationale financiering bij de onder (i) genoemde steun,
en
b) is identiek aan de onderliggende plattelandsontwikkelingsmaatregel in het plattelandsontwikkelingsprogramma als bedoeld onder (a).
3. In de rechtsgrondslag van de steun wordt vermeld dat de steun niet mag worden ingevoerd voordat de Commissie het betrokken plattelandsontwikkelingsprogramma heeft goedgekeurd.
4. Als het gaat om de bebossing van grond die aan de staat toebehoort, wordt de steun slechts toegekend als de instantie die deze grond beheert, een particuliere instantie of een gemeente is.
5. De in lid 4 bedoelde beperkingen op de eigendom van bossen zijn niet van toepassing op de tropische en subtropische bossen en evenmin op de beboste gronden op de Azoren, Madeira, de Canarische Eilanden, de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en in de Franse overzeese departementen.
6. De steun wordt toegekend voor bebossing en de aanleg van beboste gronden op landbouwgrond en niet-landbouwgrond.
7. De steun voor bebossing en de aanleg van beboste gronden dekt de aanlegkosten en een jaarlijkse premie per hectare.
De steun voor bebossing en de aanleg van beboste gebieden kan betrekking hebben op investeringen.
Steun voor de bebossing van aan openbare autoriteiten toebehorende grond of voor snelgroeiende bomen dient alleen voor de financiering van de aanlegkosten.
8. De steun voor bebossing en de aanleg van beboste gronden in het kader van investeringsacties dekt de volgende in aanmerking komende kosten:
a) de kosten van de bouw, verwerving, inclusief leasing, of verbetering van onroerende goederen, waarbij grond alleen in aanmerking komt voor zover de kosten daarvan niet hoger zijn dan 10 % van de totale in aanmerking komende kosten van de betrokken concrete actie;
b) de kosten van de koop of huurkoop van machines en uitrusting, tot maximaal de marktwaarde van de activa;
c) algemene kosten in verband met de onder (a) en (b) bedoelde uitgaven, zoals voor het inschakelen van architecten, ingenieurs en adviseurs en voor advies over ecologische en economische duurzaamheid, met inbegrip van haalbaarheidsstudies; haalbaarheidsstudies blijven in aanmerking komen, zelfs wanneer op basis van de resultaten daarvan geen uitgaven uit hoofde van het bepaalde onder (a) en (b) worden gemaakt;
d) de aankoop of ontwikkeling van computersoftware en de verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en handelsmerken;
e) kosten van de opstelling van bosbeheerplannen of gelijkwaardige instrumenten.
Werkkapitaal wordt niet beschouwd als subsidiabele kosten.
9. De investeringsacties moeten in overeenstemming zijn met de wetgeving van de Unie en met de nationale milieubeschermingswetgeving van de betrokken lidstaat. Steun voor investeringsacties waarvoor krachtens Richtlijn 2011/92/EU een milieueffectbeoordeling moet worden uitgevoerd, mag slechts worden toegekend op voorwaarde dat die beoordeling is uitgevoerd en de vergunning voor het betrokken investeringsproject is verleend vóór de datum van de toekenning van de individuele steun.
10. De volgende aanlegkosten komen in aanmerking:
a) kosten van plant- en teeltmateriaal;
b) aanplantkosten en kosten die rechtstreeks met de aanplant verband houden;
c) kosten van andere hiermee verband houdende acties, waaronder de opslag en behandeling van zaailingen met de nodige preventie- en beschermingsmaterialen;
d) herbeplantingskosten die in de loop van het eerste jaar van de bebossing moeten worden gemaakt.
11. De jaarlijkse premie per hectare dekt de kosten van het gederfde landbouwinkomen en van onderhoudsactiviteiten, waaronder zuivering en dunning, en wordt gedurende maximaal twaalf jaar na de datum van de toekenning van de steun verleend.
12. Er mag geen steun worden toegekend voor de aanplant van de volgende bomen:
a) bomen voor hakhout met korte omlooptijd;
b) kerstbomen, of
c) snelgroeiende bomen voor de energieproductie.
13. De aangeplante soorten moeten aangepast zijn aan de plaatselijke milieu- en klimaatomstandigheden en voldoen aan de minimale milieuvereisten.
14. In gebieden waar de bebossing bemoeilijkt wordt door ongunstige bodem- en klimaatomstandigheden, kan steun worden toegekend voor de aanplant van meerjarige houtachtige soorten, zoals struiken die aangepast zijn aan de plaatselijke omstandigheden.
15. Voor begunstigden vanaf een bepaalde door de lidstaten in het plattelandsontwikkelingsprogramma vast te stellen omvang, is de steun afhankelijk van de overlegging van de toepasselijke gegevens van een bosbeheerplan of gelijkwaardig instrument dat in overeenstemming is met duurzaam bosbeheer, als omschreven door de tweede ministeriële conferentie over de bescherming van de bossen in Europa van 1993.
16. De steunintensiteit bedraagt ten hoogste 100 % van de in aanmerking komende kosten.