Art. 31 Verordening (EU) nr. 702/2014, Steun voor onderzoek en ontwikkeling in de landbouw- en de bosbouwsector

Verordening (EU) nr. 702/2014

1. Steun voor onderzoek en ontwikkeling in de landbouw- en de bosbouwsector is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, van het Verdrag en vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag als hij voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 2 tot en met 7 van dit artikel en in hoofdstuk I.

2. Het gesteunde project moet van belang zijn voor alle ondernemingen die in de betrokken specifieke landbouw- of bosbouwsector of -subsector actief zijn.

3. Vóór de begindatum van het gesteunde project wordt op het internet de volgende informatie bekendgemaakt:

a) dat het gesteunde project wordt uitgevoerd;

b) de doelstellingen van het gesteunde project;

c) de vermoedelijke datum van de publicatie van de resultaten die van het gesteunde project worden verwacht;

d) de plaats waar de van het gesteunde project verwachte resultaten op het internet zullen worden bekendgemaakt;

e) de vermelding dat de resultaten van het gesteunde project gratis beschikbaar zijn voor alle ondernemingen die in de betrokken specifieke landbouw- of bosbouwsector of -subsector actief zijn.

4. De resultaten van het gesteunde project worden op internet beschikbaar gesteld vanaf de einddatum van het gesteunde project of vanaf de datum waarop informatie over die resultaten wordt gegeven aan leden van specifieke organisaties, afhankelijk van wat als eerste plaatsvindt. De resultaten blijven op internet beschikbaar gedurende ten minste vijf jaar vanaf de einddatum van het gesteunde project.

5. De steun wordt rechtstreeks aan de organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding toegekend.

De steun wordt niet toegekend in de vorm van op de prijs van de landbouwproducten gebaseerde betalingen aan ondernemingen die actief zijn in de landbouwsector.

6. De in aanmerking komende kosten zijn de volgende:

a) personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden;

b) kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en zolang deze wordt gebruikt voor het project. Wanneer deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het project worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd;

c) kosten van gebouwen en gronden voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat gronden betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of de daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten in aanmerking;

d) kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt;

e) extra algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien.

7. De steunintensiteit bedraagt ten hoogste 100 % van de in aanmerking komende kosten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen